Verkeersmethode gratis proberen

Een Lui Letterland

Ewald Vervaet
Ontwikkelingspsycholoog en docent bij Stichting Histos  

Vervaet, E. (2026). Een Lui Letterland.
Geraadpleegd op 10-10-2026,
van https://wij-leren.nl/een-lui-letterland.php
Geplaatst op 5 juni 2026
Laatst bewerkt op 8 september 2026
Een Lui Letterland

Anne Steenhoff (1996) is mediawetenschapper en leerkracht aan een basisschool. Haar leven lang houdt ze van boeken en van lezen. Daarom baart het haar al enige tijd zorgen dat we steeds minder en vooral steeds slechter lezen. We zijn een ‘maatschappij van leeshaters’ geworden; het aantal volwassenen dat het basisniveau voor lezen niet haalt, is in 15 jaar met één miljoen gestegen; de leescrisis kost ons meer dan één miljard euro per jaar. 

Is er wat aan te doen? Volgens Steenhoff wel. En hoe!

Er is hoop om de leescrisis te overwinnen

Steenhoff gaat in haar boek Een lui letterland niet heel uitvoerig in op de leescrisis en de verklaring daarvoor. Des te uitvoeriger laat ze zien dat we er op drie lagen wat aan kunnen doen: op school, thuis en in de politiek.

In de inleiding schetst het boek het probleem met enkele rake streken: de leerkracht is gedegradeerd tot ‘onderbetaalde kinderoppas’ en de lat wordt alsmaar lager gelegd. Dat het leesniveau daalt, is een feit en ‘dat ligt aan ons’. 

Kunnen we er wat mee dat het ‘aan ons ligt’? Ja: ‘er is hoop’ en we kunnen ‘het tij keren’. Voor zichzelf noemt Steenhoff het keuren van wat kinderen te lezen krijgen, het geven van meer leestijd, het plaatsen van fictie boven begrijpend lezen, zelf het goede voorbeeld geven en het verband tussen lezen en de belevingswereld van elk kind verduidelijken. In de rest van het boek zal ze nog veel meer noemen. 

Voor het onderwijs komt het boek op 10 punten, voor de opvoeders op 6 punten en voor de overheid op 5 punten. 

Leerkrachten keren het tij

Steenhoff ziet in de leerkracht het boegbeeld om de leesvaardigheid over te dragen. Dan ziet het er slecht uit, want 40 procent van de pabostudenten leest bijna nooit uit zichzelf een boek. Een kwart zegt zelfs een hekel te hebben aan lezen. En nog eens 40 procent ziet zichzelf niet in staat om kinderen leesvaardig en leesgraag te maken.

Een deel van de verklaring voor de leescrisis zit volgens de schrijfster dan ook in de leerkrachten zelf en niet in zwakke leerlingen, in verkeerde toetsen of te weinig geld voor ondersteuning. Op de allereerste plaats moet een leerkracht van lezen houden en vooral veel kinderboeken lezen – liefde voor het kinderboek is immers wat overgedragen dient te worden.

Steenhoff staat in 2026 zes jaar voor de klas, doorgaans in groep 8. Van de school waar ze in 2024 werkt, krijgt ze in 2021 alle gelegenheid om te experimenteren met lezen. Het experiment is geslaagd: haar leerlingen lezen beter, meer en met meer plezier. Ze heeft er een stappenplan van tien stappen uit gehaald en die schrijft ze aanstekelijk op.

  1. Keur het aanbod: de boeken dienen aan te sluiten bij de belevingswereld van elk kind en mogen gerust aan de moeilijke en dikke kant zijn. Op p.169-176 staan de boeken die aan haar scholen (ze is in die zes jaar van school veranderd) door leerlingen goed en graag zijn gelezen en noemt ze kinderboekenschrijvers die volgens haar goed zijn.
  2. Kinderen dienen zichzelf en hun medemensen in de boeken te kunnen herkennen. Boeken zijn immers spiegels op en vensters naar de wereld en scherpen je geest.
  3. Ruim meer tijd in voor het lezen, bij voorkeur meer dan 30 minuten. En lees dan zelf ook!
  4. Sla een brug tussen de kinderboeken die jij kent, en de wereld van elk kind. Dat bevordert het inleven, juist ook in mensen van vlees en bloed.
  5. Lees veel voor. 
  6. Schrap begrijpend lezen. Dat vak en het toetsen daarvan is volgens Steenhoff ‘de grootste fout die ooit in Nederlands onderwijsland is gemaakt’. Het lijkt wel of het ‘elke vorm van leesplezier uit de lezer moet slaan’. Ze schetst kort de geschiedenis van ‘begrijpend lezen’ in de zin van herkennen van ‘signaalwoorden’ en het globale scannen van een tekst. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de kern van lezen: het diepe lezen van een tekst, met begrip en diepgang.
  7. Doe wat met het gegeven dat niet elk kind hetzelfde startpunt heeft: als de ouders veel lezen en voorlezen, heeft een kind een voorsprong op een kind in een boekenarm gezin.
  8. Onderschat kinderen niet: zet hoog in, want ‘een tandje lager kan altijd nog’.
  9. Stap met je klas geregeld een bibliotheek binnen.
  10. Durf tegen gemiddelde normen en gangbare protocollen in te gaan en vertrouw meer op je intuïtie.

Opvoeders keren het tij

Ook ouders en andere opvoeders kunnen hun steentje bijdragen aan het keren van het tij op leesgebied. Terwijl op school een kind de aandacht met soms meer dan 20 kinderen moet delen, krijgt het thuis feitelijk bijna individueel onderwijs.

  1. Laat je kind wennen aan de gedachte dat het iets nog niet hoeft te kunnen. Dat geldt in het bijzonder voor lezen, want daar komt veel bij kijken: uiteraard komt het aan op decodeervaardigheid, maar daarnaast spelen allerlei andere factoren een woordje mee zoals woordenschat, voorkennis en motivatie. Vooral ten aanzien van de motivatie spelen de ouders volgens het boek de hoofdrol. Moeders blijken meer dan vaders voor te lezen, zelf in de aanwezigheid van hun kind(eren) te lezen en een gesprek aan te knopen over wat men aan het lezen is.
  2. Schep rituelen rond het lezen, bijvoorbeeld door op een vaste avond geen televisie aan te hebben.
  3. Maak afspraken, zoals ‘in bed geen mobiel’.
  4. Lees zelf geregeld.
  5. Praat over wat je kind aan het lezen is en ga in op wat het niet begrijpt.
  6. Neem een huisdier zoals een hond of een goudvis en laat je kind daaraan voorlezen – het schijnt te werken.

De overheid keert het tij

De leescrisis kan niet samenhangen met toegenomen digitalisering, want in andere gedigitaliseerde landen als China, Ierland en Canada lezen kinderen en jongeren beter dan in ons land. Bij ons worden aan taal en rekenen 13,8 uur per week besteed, terwijl dat internationaal gemiddeld op 17,9 uur ligt. En aan lezen, schrijven en literatuur besteden onze kinderen 4,9 uur per week, wat minder is dan het internationale gemiddelde van 6,3 uur. Beide moeten volgens Steenhoff flink omhoog.

Verder geeft ze de politiek vijf adviezen.

  1. Doe de lonen voor leerkrachten omhoog. Het startsalaris vindt ze redelijk, maar daarna is er te weinig doorgroei mogelijk. Dat moet beter, bijvoorbeeld door een deskundige op een bepaald gebied beter te belonen. 
  2. De schrijfster vindt de pabo ‘de meest infantiele, bekrompen schijtopleiding die ik ooit in mijn leven heb gedaan of zal doen’. Ze sluit niet uit dat er goede pabo’s zijn, maar voor de hare gaat die omschrijving op: een grote hoeveelheid aan lesbeschrijvings- en andere formulieren; nadruk op EDI; onbetaalde stage; op schrijfles werden de letterkrullen met een liniaal opgemeten; verplichte stage van een half jaar in een kleutergroep. De pabo zou een universitaire opleiding moeten worden, zoals in Finland het geval is. Daar is én goed onderwijs én geen lerarentekort.
  3. Maak het omscholen tot leerkracht gemakkelijker.
  4. Er zijn goede initiatieven om het lezen te bevorderen.

Overigens, bibliotheken kunnen, net als uitgeverijen, ook wat doen aan het bestrijden van de leescrisis (p.126-127). Natuurlijk moeten uitgeverijen financieel rond kunnen komen, maar ze zouden het aanbod best wat kunnen verbeteren. Nu worden te veel Amerikaanse stripboeken in het Nederlands vertaald, terwijl ze kinderen niet of nauwelijks uitdagen om echte lezers te worden.

Gedachtewisseling

Een lui letterland leest meer als een vlammend pamflet dan als een beschouwend boek. Dat vind ik uitstekend: al lezende kwam de leescrisis mij duidelijker voor de geest te staan. Het begint al met de titel: een woord- of eigenlijk letterspeling op ‘Luilekkerland’. Een kostelijke vondst!

Anne Steenhoff leest naar eigen zeggen veel en dat is te merken. Zo begint elk hoofdstuk met een aanhaling van iemands woorden, zoals ‘Je moet gewoon zorgen een goede leraar te krijgen. En zorgen een goede leraar te worden. Maar hoe dat moet, dat kan geen onderwijs ter wereld mij leren’ van Hugo Brandt Corstius. Zelfs als sommige uit een citatenboek zijn gehaald, heeft ze een goede keuze gemaakt. Voor mij zijn ze als een lekker voorgerechtje dat de zin in het hoofdgerecht, het hoofdstuk zelf, opwekt. 

Ook waardeer ik haar zelfreflectie doordat ze de leescrisis niet buiten ons plaatst: ‘het ligt aan ons’ (p.14). Wie eigen betrokkenheid erkent, kan er ook wat aan doen. En dat doet Steenhoff, in haar eigen onderwijs en in dit boek met haar vele tips en adviezen. 

Op allerlei manieren vind ik mensen- en levenskennis uit het boek spreken, vol idealen maar ook met een sterke werkelijkheidszin. Zo raadt ze ouders die zich slecht in het leerproces van hun kinderen kunnen verplaatsen, aan om iets nieuws te leren, zoals het rijden op een eenwieler of het leren van een ander alfabet (p.115-116). Dat klopt volgens mij. 

Dat begrijpend lezen wat haar betreft uit het onderwijs kan verdwijnen, lijkt me een goede zaak. De leerstof bij ‘begrijpend lezen’ is immers wat anders dan lezen met begrip. Zelf zeg ik: lezen met begrip ijlt altijd een beetje na op technisch lezen, maar er mag geen kloof tussen komen te zitten. En die kloof is te vermijden door bijvoorbeeld een kind pas zinnen van vier of meer woorden aan te bieden als het zinnen van drie woorden vlot én met begrip kan lezen. Tussen drie en vier woorden blijken namelijk enkele maanden te zitten. 

Twee kanttekeningetjes

Ik heb eigenlijk maar twee kanttekeningen of eigenlijk kanttekeningetjes.

Het eerste kanttekeningetje is dat leesvaardigheid niet wordt overgedragen zoals het boek wel schrijft (p.21). Leesvaardigheid is een vermogen dat van binnenuit ontstaat en waar het kind dus de benodigde psychologische structuur in zijn hersentjes voor moet hebben. Ik realiseerde me dat weer eens toen ik las dat praten over boeken haar van thuis uit ‘met de paplepel was ingegoten’ (p.123). Echter, precies zoals een opvoeder wel pap in de mond van een kind kan gieten, zo zal het kind de pap toch zelf moeten inslikken en zal zijn maag die pap moeten verteren. En zo zullen leesonderwijs en leesaanbod ook door een kind actief opgenomen en verwerkt moeten worden. 

Overigens drukt de schrijfsters zich heel vaak uit in termen van ‘ontwikkeling van binnenuit’: ‘Jonge kinderen hebben moeite hun aandacht bij een verhaal te houden’ (p.105) en ‘hoe arbeidsintensief het is om een kind in het leerproces te begeleiden’ (p.137). Inderdaad, het volgen van een verhaallijn is iets dat zich ontwikkelt en onderwijs is geen aanbrengen van kennis zoals een verflaag ergens op wordt aangebracht maar een begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen ín het kind zelf.

Het tweede kanttekeningetje ligt in de lijn van het eerste. Steenhoff bepleit terecht een verbetering van de pabo. Haar kritiek herken ik vanuit de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK). En ook de WSK en ikzelf zijn vóór een pabo op universitair niveau. Maar precies zoals ze terecht stelt dat werken in het kleuteronderwijs ‘echt een ander vak is dan dat van de leerkracht in de bovenbouw’ (p.148; haar cursivering), zo dient de pabo zich niet zozeer te verbeteren in wat ze nu doet, als wel zich te veranderen door de opleiding te laten draaien om de psychologische ontwikkeling van het kind.¹


¹ ‘Het eerste jaar van de gedifferentieerde pabo is een gemeenschappelijk jaar. Het theoretische kennen van en het praktische handelen met de psychologische ontwikkeling staan erin centraal. Na het gemeenschappelijke eerste jaar kiest de student voor ‘Jong Kind’ of ‘Ouder Kind’; WSK, Document over de pabo-differentiatie ‘Jong Kind’-‘Ouder Kind’ (14 januari 2025) en Begeleidend schrijven aan de overheid  (15 januari 2025).

Een lui letterland draagt absoluut bij aan het oplossen van de leescrisis! Heb ik het nog niet aangeraden? Dan bij dezen.

Anne Steenhoff, Een lui letterland, Amsterdam, Das Mag, 2024; € 23,50; ISBN 978-94-9332-075-8 

Bestellen

Het boek Een Lui Letterland is te bestellen via bol.com:


Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.