Leer je leerling kennen: De adolescent als studiekiezer
Jelle Jolles
Emeritus hoogleraar bij Adviespraktijk NeuroPsychologie
Geraadpleegd op 14-03-2026,
van https://wij-leren.nl/leer-je-kind-kennen-jolles.php/
Laatst bewerkt op 10 februari 2026

Waarom doet een slimme tiener soms van die oliedomme dingen? Hoe komt het dat veel leerlingen zo weinig tijd besteden aan hun studie? Wat zorgt ervoor dat ze gebiologeerd zijn door hun smartphone, door Instagram en Facebook? En wat is de reden dat veel leerlingen zo veel moeite hebben met het kiezen van hun profiel of de studie na de middelbare school?
Dat is omdat zij nog ‘werk in uitvoering’ zijn. Hun hersenen rijpen nog door tot ver na het 20e jaar. Die hele, lange periode van de adolescentie – van ongeveer tien tot ongeveer 25 jaar – is nodig om vaardigheden, kennis en ervaringen op te doen. Daarom heeft de grote meerderheid van jongeren op de middelbare school nog veel moeite met het plannen, het kiezen en beslissen, met het overwegen en het oordelen en het redeneren.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Tijdschrift Decazine (Tijdschrift van de Vereniging van Schooldecanen VvSL) van december 2020. Wil je meer weten over het tienerbrein en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'Neuropsychologie van leren en onderwijs' van de Wij-leren Academie.
"De hersenen rijpen nog door tot ver na het 20e levensjaar."
Beschouw daarom de adolescent als een rups; hij is nog in ontwikkeling tot vlinder. Gooi je de rups in de lucht en zeg je: ‘Vlieg!’, dan is het effect te voorspellen. Tieners moeten dus begeleid worden, want ze zijn nog niet de jonge versie van een volwassene. Ze hebben gerichte steun, sturing en inspiratie nodig voor hun ontwikkeling en ontplooiing. Daardoor kunnen ze zich te zijner tijd een goede plek verwerven in onze snel veranderende samenleving. De leraar, de decaan en de studiebegeleider op de middelbare school kunnen daarin het verschil maken.
Dit artikel beschrijft de kerninzichten over de neuropsychologische ontwikkeling van de adolescent en geeft middels Q&A wat handvatten voor de praktijk van de leerlingbegeleiding op havo en vwo. Het artikel is gebaseerd op mijn boek Leer je kind kennen. Over ontplooiing, leren, denken en het brein dat is uitgekomen in juni 2020.
Lastig?
Ook slimme, verbaal vaardige leerlingen uit havo-5 of vwo-6 hebben vaak nog niet veel zicht op de consequenties van hun keuzen en hun gedrag. Ze zijn niet dom, en ook beslist niet lui, maar ze zijn bezig om een voor hen geheel nieuwe wereld te verkennen en daarbij kennis en ervaringen op te doen. Ze zien vaak nog niet wat het belang is van school en de schoolse vakken. En ook hebben ze niet door dat hun sociale brein vooral gericht is op de meningen van hun leeftijdsgenoten en op opinies die ze via de sociale media tot zich krijgen. Daarom is ook het sociaal en emotioneel functioneren belangrijk voor de lerende leerling en niet alleen het cognitief presteren. Dit proces van ontwikkeling en persoonlijke groei gaat gepaard met vallen en opstaan. Zijn tieners daarom lastig? Nee: we vinden ze weleens lastig, maar dat is wat anders. We vinden ze lastig als ze niet de route lopen die wij voor ze hadden uitgestippeld, en ze anders reageren dan wij graag zouden zien.
"Tieners zien vaak nog niet wat het belang is van school en de schoolse vakken."
Prikkels
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt: prikkels uit de omgeving zijn essentieel voor de ontplooiing, en voor de rijping van de hersenen. Daarbij gaat het om cognitieve én sociale prikkels, om emotionele én fysieke prikkels. Jongeren verwerven vaardigheden en doen kennis en ervaringen op dankzij de omgeving. Van docenten, coaches en ouders ontvangt de jongere steun, sturing en inspiratie. Dat zorgt ervoor dat de hersenen kunnen rijpen binnen de biologisch bepaalde grenzen. Context shapes the brain. Er zijn hersenfuncties die pas in de jonge volwassenheid zijn uitgerijpt. Dit verklaart waarom het voor de meeste laat-adolescenten nog steeds erg lastig is om goed overwogen te oordelen en verantwoord te kiezen.
"Prikkels uit de omgeving zijn essentieel voor de ontplooiing, en voor de rijping van de hersenen."
Het profiel? Een universitaire studie of hbo? Of eerst maar een tussenjaar? Hun sociale brein is nog in ontwikkeling en daardoor kunnen ze de consequenties van keuzen nog niet goed overzien. Dat heeft grote implicaties voor de studie- en loopbaankeuze en daarmee voor een optimale ontplooiing.
Kiezen en beslissen
Het overwegen, het oordelen, het kiezen en beslissen zijn enkele van de zogenaamde executieve functies (EF). Die ontwikkelen zich vanaf de kindertijd, maar vooral in de loop van de adolescentie, dankzij de prikkels en feedback uit de omgeving. Die zijn brandstof voor het brein en ze voeden de ontwikkeling van het zelfinzicht en de zelfregulatie. Parallel daaraan ontwikkelt zich de empathie, oftewel het vermogen om zich in anderen in te leven en hun emoties en intenties te begrijpen. Ook leert de jongere om consequenties te overzien: op de korte termijn (uren of dagen), op de middellange termijn (weken en maanden) en op de lange termijn (jaren). Zo krijgt de adolescent ook inzicht in de doelen en intenties van anderen en van de sociale omgeving en gaat beter begrijpen ‘wat de bedoeling is van dit alles…’.
"Prikkels en feedback uit de omgeving voeden de ontwikkeling van het zelfinzicht en de zelfregulatie."
Wat zouden decaan en leerlingbegeleider moeten weten over het brein?
- Er zijn wel 200 hersencentra. Ieder daarvan heeft eigen taken analoog aan de inwendige organen (hart, longen, nieren, darmen etc.) die tezamen ‘de ingewanden’ vormen.
- Nieuwsgierigheid is een kernfunctie: prikkels zijn brandstof voor het brein en essentieel voor leren, geheugen en aanpassing aan de veranderende omgeving.
- Bij de hersenrijping (vanaf voor de geboorte tot circa 25 jaar) ontstaan complexe hersennetwerken tussen hersencentra, analoog aan de manier waarop ons wegennet zich ontwikkelt.
- Ouders, omgeving, docent, coach, decaan: zij voeden het brein met zintuiglijke, emotionele, sociale en cognitieve prikkels. Kennis en ervaringen uit de omgeving zijn essentieel voor de hersenrijping: context shapes the brain.
- De periode tussen kindertijd en volwassenheid bestaat uit minstens vijf fasen: de preadolescentie (ca 8 – 10 jaar), de vroege (ca 10-14 jaar), de midden (ca 14-16 jaar), en de late adolescentie (ca 16-20 jaar) en de bijna-volwassenheid (ca 18-23 jaar).
- De neuropsychologische ontwikkeling stelt eisen aan onderwijs en begeleiding: kennisoverdracht is en blijft essentieel. Daarnaast is het belangrijk om steun, sturing en inspiratie te geven, en om te laten exploreren en ervaring opdoen. Dat is nodig voor persoonlijke groei en ontplooiing, en de ‘menswording’.
Waarom executieve functies belangrijk zijn voor leren en ontplooiing: zeven veelgestelde vragen (FAQ)
Op studiedagen en in adviesgesprekken krijg ik veel vragen over de ontwikkeling en ontplooiing van leerlingen, en de rol die de executieve functies daarin spelen. Met de volgende zeven FAQ ga ik in op de executieve functies en hun belang voor de praktijk van het onderwijs.
1. Waarom zijn de executieve functies (EF) de sleutel tot de ontplooiing van de leerling?
Het ‘weloverwogen kiezen en beslissen’ is voor een adolescent veel moeilijker dan voor een volwassene, omdat de adolescent nog niet de kennis en ervaringen heeft om keuzes op te baseren. De adolescent moet dus worden gestimuleerd in de ontwikkeling van het denkproces dat nodig is om tot een keuze en beslissing te komen. Daar komt bij dat het sociale brein van de tiener meer open staat voor de opinies en gedachten van de peergroup dan voor die van de volwassenen. Maar de leeftijdsgenoten hebben net zomin zicht op de consequenties van keuzen. Het is daarom zaak om de adolescent te leren kritisch te kijken naar zichzelf en naar de mening van anderen, inclusief leeftijdsgenoten. Een goed zelfinzicht leidt tot een betere zelfregulatie, en die zorgt ervoor dat een jongere beter kan overwegen en kiezen. Het is daarom zaak om de leerling in dat proces te stimuleren.
"Een goed zelfinzicht leidt tot een betere zelfregulatie, en die zorgt ervoor dat een jongere beter kan overwegen en kiezen."
2. Zijn leerlingen in de bovenbouw van havo/vwo in staat hun eigen leerproces vorm te geven? Kunnen ze de regie nemen over de eigen keuzen?
Nee, ze zijn er intellectueel toe in staat maar niet qua kennis en ervaringen. Net zoals een sportief meisje van 15 principieel in staat is om auto te rijden maar het toch niet kan, omdat ze eerst rijles moet hebben en in staat moet zijn om impulsen te beheersen, voordat ze aan het verkeer kan deelnemen. Zo zijn ook veel jonge studenten van 17-20 jaar nog lang niet klaar met de persoonlijke ontwikkeling. Ze hebben nog niet de vaardigheden en het zelfinzicht ontwikkeld die nodig zijn om zich goed op de studie te richten. Ook is het zeldzaam als een leerling die eindexamen havo/vwo doet al goed overwogen een studie kan kiezen waarin de consequenties voor de korte tot de lange termijn zijn gewogen. Overigens bestaan er hierin grote individuele verschillen. Sommige leerlingen kunnen in het keuzeproces jaren voorlopen op even intelligente medeleerlingen, bijvoorbeeld door de steun, sturing en inspiratie die ze van hun ouders hebben gekregen.
3. Moet er in de bovenbouw havo/vwo meer nadruk op de ontwikkeling van de executieve functies komen te liggen en minder op kennisoverdracht?
Ja en nee. Er moet veel meer nadruk worden gelegd op de executieve functies en de ontwikkeling omdat deze essentieel zijn, ook voor het schoolse leren. Maar kennisoverdracht moet blijven; ook kennis is namelijk essentieel. Nodig is daarom dat op school het vergaren van kennis wordt gestimuleerd én de ontwikkeling van de executieve functies én de persoonlijke groei. De leerling die een goede persoonlijke groei heeft doorgemaakt, is in staat om veel efficiënter en gemotiveerder kennis tot zich te nemen.
"De leerling die een goede persoonlijke groei heeft doorgemaakt, is in staat om veel efficiënter en gemotiveerder kennis tot zich te nemen."
4. Wat is de rol van de decaan naar leerlingen toe? Speelt hij of zij een rol in de persoonlijke groei van de leerling?
Leraar, decaan en leerlingbegeleider kunnen eraan bijdragen dat er in het voortgezet onderwijs aandacht besteed wordt aan de ontwikkeling van executieve functies en daarmee de leerling te ontwikkelen in het proces van kiezen en beslissen. De decaan heeft een organisatorische taak maar kan daarnaast – net zoals de leraar – gericht feedback geven, inspireren en duidelijker de mogelijke routes wijzen. Ook de leerling in havo-5 en vwo-6 is nog werk in uitvoering en maakt vaak nog keuzen op grond van ‘een gut-feeling’, een onderbuikgevoel. De decaan kan eraan bijdragen dat de leerling zicht krijgt op het hele palet aan mogelijke keuzen inclusief verkeerde keuzen, ad hoc keuzen, keuzen op korte termijn, en de consequenties ervan en kan er via feedback aan bijdragen dat de leerling meer zicht krijgt op de betere keuzen.
"Leraren, decanen en leerlingbegeleiders kunnen gericht feedback geven, inspireren en duidelijk de mogelijke routes wijzen."
5. Hoe zit het met de overeenkomsten en verschillen tussen jongens en meisjes. Zijn er tips voor een verschillende aanpak bij het keuzeproces?
De meerderheid van de jongens loopt in hersenontwikkeling gemiddeld twee jaar achter op de meerderheid van de meisjes. Meisjes lopen voor in de ontwikkeling van zelfinzicht en zelfregulatie; ze lopen voor in de ‘monitoring’, dus in het beoordelen van de sociale omgeving. Ze zijn al wat beter in het begrijpen van ‘wat bedoelt die docent?’ en ‘waar heb ik eigenlijk school voor nodig?’. Jongens kunnen gewoonlijk nog wat minder goed verwoorden en omschrijven ‘waar ze staan en waarom’. De achterstand van jongens kan echter worden aangepakt door hen gericht te stimuleren in datgene waar meisjes goed in zijn en andersom (jongens zijn gewoonlijk nieuwsgieriger en ondernemender, en dat is een uitstekende vaardigheid om ver te komen in onze samenleving).
"De meerderheid van de jongens loopt in hersenontwikkeling gemiddeld twee jaar achter op de meerderheid van de meisjes."
6. Wat kun je als decaan doen om het sociale brein te voeden? Kun je voorkomen dat die ‘knappe’ leerling door sociale onhandigheid in het vervolgonderwijs mislukt?
De inzichten in de neuropsychologische ontwikkeling van de adolescent wijzen erop, dat het onderwijs er veel baat bij kan hebben om gerichte aandacht te besteden aan de sociale en emotionele ontwikkeling. Dat kan door de ontwikkeling van de executieve functies te stimuleren. Een leerling kan mislukken in het vervolgonderwijs want veel kennis en een hoog IQ zijn als zodanig niet voldoende om die cognitieve kennis in de praktijk te kunnen toepassen. De sociale en emotionele vaardigheden zijn essentieel om zich in de bijna-volwassenheid effectief in het hoger onderwijs, maar ook op de arbeidsmarkt te kunnen positioneren.
7. Wat is er nog meer te zeggen over de rol van de decaan op school en in relatie tot ouders?
Naast de directe rol die de decaan heeft in de begeleiding van de leerling en het stimuleren van de ontwikkeling van diens oordeelsvermogen, denken, kiezen en beslissen speelt de decaan een belangrijke rol in het informeren van docenten. De decaan vraagt bij rapportvergaderingen aandacht voor de dynamiek van de ontwikkeling van de leerling en wijst op de mogelijkheid ‘dat de slechte cijfers mogelijk samenhangen met de fase in de neuropsychologische ontwikkeling: dit is een traag groeiende boom, maar hij zou wel eens een sprintje kunnen trekken en eindigen als de hoogste boom in het bos’. En de decaan informeert docenten over het keuzeproces bij de leerling.
Ten aanzien van de rol naar ouders kan de decaan sterk bijdragen aan een attitudeverandering bij de ouders. Zij zijn in hun rollen vaak niet meegegroeid met hun tienerzoon of -dochter en hebben niet zoveel zicht op de gebruiksaanwijzing van hun kind. De decaan kan voorlichting geven over de ontwikkeling van de adolescent en ook cursussen hierover opzetten waardoor de ouders een handvat krijgen om meer in gesprek te komen en blijven met hun kind, waardoor ze een grotere rol kunnen spelen in de ontplooiing.
Aanbevelingen voor onderwijsprofessionals zijn weergegeven in Figuur 1.
.png)
Figuur 1. De lerende tiener in het onderwijs: aanbevelingen.
Wil je deze visuele ondersteuner gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'neuropsychologie van leren en onderwijs' van de Wij-leren Academie.
Tot slot
Een veelgestelde vraag is: ‘Waar kunnen schoolteams materiaal vandaan halen om bijv. een studiemiddag over dit onderwerp te organiseren?’ en: ‘Mogen decanen op voorlichtingsavonden aan de ouders gebruik maken van uw lezingen die op YouTube te vinden zijn?’
Het antwoord is: Jazeker. Ik heb mijn boeken Leer je kind kennen. Over ontplooiing, leren, denken en het brein maar ook Het tienerbrein expliciet geschreven voor de praktijk van onderwijs en opvoeding. Vooral mijn nieuwe boek (van november 2025) is hiervoor goed bruikbaar; Het heet ‘Het tienerbrein: een ander perspectief’ met als subtitel ‘Gids voor ouders, leraren en andere opvoeders’. De boeken zijn goed geschikt voor nascholing van docenten maar ook voor het geven van gerichte informatie aan ouders. Vandaar dat ik – in het bijzonder in mijn boek uit 2025 – veel kaders heb opgenomen met aanbevelingen, tips en handvatten voor de praktijk. Ook heb ik op mijn website veel materiaal staan dat kan worden gedownload terwijl ook mijn lezingen op YouTube hiervoor goed bruikbaar zijn.
Nadere informatie
- Het boek Leer je kind kennen. Over ontplooiing, leren, denken en het brein is in juni 2020 uitgegeven bij Uitgeverij Pluim, ISBN 978 94 830 4593 1.
- De hand-out Leer je leerling kennen. De adolescent als studiekiezer bevat de kerninformatie van de keynote, gegeven voor de VvSL – de voorganger van BIOND, de vereniging voor Decanen en Loopbaanbegeleiders in het onderwijs – op 5 november 2020. De handout is te downloaden vanaf www.jellejolles.nl.
- Het boek Het tienerbrein: een ander perspectief. Gids voor ouders, leraren en andere opvoeders, uitgegeven bij Uitgeverij NeuroPsych Publishers (NPP). ISBN 9789075579857. Nadere informatie is te vinden op https://neuropsych-publishers.nl.

