Verkeersmethode gratis proberen

Vroegste ontwikkeling van snellerende kinderen (1)

Carl D'hondt
Orthopedagoog bij Bekina 

D'hondt, C. (2026). Vroegste ontwikkeling van snellerende kinderen (1).
Geraadpleegd op 16-09-2026,
van https://wij-leren.nl/ontwikkeling-snellerende-kinderen-deel-1.php
Geplaatst op 4 juli 2026
Laatst bewerkt op 2 september 2026
Vroegste ontwikkeling van snellerende kinderen

De eerste 3 à 4 jaar zijn bijzonder belangrijk in de ontwikkeling van kinderen.

Het belang van imitatie, de groei van executieve vaardigheden, de wijze van feedback geven, gevoelige periodes, de begeleiding van zelfvertrouwen en het stimuleren van sociale inzichten spelen hierin een prominente rol.

Imitatie

In deze leeftijdsperiode is imitatie heel belangrijk.

Het is de periode waarin de baby zich hecht aan de vertrouwde volwassene(n). Veilige hechting groeit meestal door de non-verbale dialoog tussen mama (meestal) en baby. Veilige hechting leidt nadien tot meer durf en de drang om te exploreren. Dit vormt de beginfase van de groei naar autonomie, waarin de peuter door eigen initiatief veel “tacit knowledge” opdoet. 

De innerlijke non-verbale dialoog tussen mama en kind gebeurt via onderlinge imitatie: mama zet haar wangen bol, steekt haar tong uit, likt aan haar bovenlip, tikt op haar voorhoofd of op de kin enz. Bij een goede hechting imiteert baby deze handelingen en stelt zelf handelingen die mama dan op haar beurt imiteert. 

Deze sociale interactie is belangrijk zowel voor de emotionele ontwikkeling (hechting/ exploratiedurf/ herkennen van emoties), alsook voor de cognitieve ontwikkeling (tacit knowledge). Deze sociale interactie veronderstelt goede non-verbale communicatievaardigheden bij de volwassene, alsook de drang tot activiteit en groei bij de baby. Als de non-verbale dialoog goed zit, dan voelen ouders ook vlug aan wanneer de interesse van het kind verslapt. Om deze interesse te behouden brengen zij variaties aan in de spelletjes of schakelen over op een ander soort spelletjes. 

De groei van executieve vaardigheden

Als ouders planmatig te werk gaan, goed monitoren tijdens de uitvoering van een taak, tussentijds evalueren hoever ze staan en een eindbalans opmaken van hun prestaties, dan nemen veel kinderen deze houding over. Ouders die chaotisch tewerk gaan met veel trial en  error lopen de kans dat hun kinderen deze houding imiteren.

Veel spelletjes op deze leeftijd hebben een bijzonder effect op de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Als men een toren bouwt door blokjes op elkaar te stapelen dan plaatst men de blokjes best keurig op elkaar. Het is aan te raden om deze werkwijze niet direct uit te leggen maar de peuter zelf te laten ontdekken wat het geheim is achter deze vaste toren. Als hint kan de ouder bijv. een slordig geplaatst blokje van de eigen toren herschikken in de hoop dat de peuter het belang hiervan zelf inziet.

Snellerende kinderen willen zelf de oplossing vinden, eventueel met een discrete hint van de volwassene. Onder vrienden verstaan deze kinderen elkaar ook vaak met een half woord, waardoor vrienden als mediators een stimulerende invloed hebben op de executieve vaardigheden van het kind.

Feedback geven

Spelletjes (non-verbale dialoog) zijn belangrijk voor de emotionele en cognitieve ontwikkeling van de baby en kleuter. De spelletjes mogen echter niet te gemakkelijk zijn, maar ook niet te moeilijk. Succeservaringen leiden tot meer motivatie. Voor topprestaties op latere leeftijd is intrinsieke motivatie minstens even belangrijk als sterke cognitieve vaardigheden. Intrinsieke motivatie leidt tot gevoelens van competentie, terwijl men door prestatiemotivatie meestal enkel wil beantwoorden aan de verlangens van volwassenen. Uitbundig ondersteunen van de prestaties leidt vaak tot heel veel intermediaire lof die de ontwikkeling van intrinsieke motivatie nogal eens in de weg staat.

Goede feedback geven is niet eenvoudig. Algemene feedback (zoals: zeer goed; 10 op 10 enz.) zet het kind meer en meer op weg naar het beantwoorden aan de wensen van volwassenen. Concrete feedback geeft zowel de sterke als de zwakke punten aan in de prestatie. Goede feedback moet het gevoel van competentie aansterken. Kinderen met een groot leerpotentieel prefereren opdrachten die voldoende uitdaging bieden en die dus een (licht) risico op mislukken inhouden. Zonder uitdaging beleven ze de opdrachten als ‘herhaling’, wat leidt tot demotivatie en verveling.

Gevoelige periodes

Gedurende gevoelige staat het kind extra open voor bepaalde leerinhouden en dan verloopt het leren ook veel vlotter. Zo zijn de gevoelige periodes voor leren lopen en leren spreken goed gekend. Kinderen die tijdens deze periodes verhinderd worden om deze vaardigheden aan te leren, ondervinden later veel meer moeite om deze vaardigheden te verwerven. Bij kinderen met een hoog leerpotentieel zien wij bovendien ook bepaalde periodes waarin zij extra gevoelig zijn voor het aanleren van specifieke cognitieve domeinen, zoals sterrenkunde, archeologie enz.

Einstein kreeg op 4 à 5-jarige leeftijd een kompas van zijn vader. De jonge Albert is wekenlang bezig geweest om de mogelijkheden van een kompas uit te zoeken. Zijn latere fascinatie voor de ruimte kan hier wellicht z’n oorsprong hebben gevonden.

Gevoelige periodes zijn uiterst belangrijk omdat zij de basis leggen voor creatief onderzoek als volwassene. Sommige volwassen hoogbegaafden hebben de indruk dat zij bepaalde zaken  kennen zonder dat ze deze geleerd hebben. Vermoedelijk zijn de verworvenheden die tijdens de gevoelige periodes werden opgebouwd hiervoor verantwoordelijk. Nieuwe leerstof komt hen dan niet vreemd over omdat zij tijdens de gevoelige periodes reeds een ruime basis hebben gelegd.

Zelfvertrouwen

Een gebrek aan zelfvertrouwen bij “sommige” hoogbegaafde kinderen start vaak al tijdens de kleuterjaren en breekt ten volle door tijdens de basisschoolleeftijd. Omdat dit aspect zo cruciaal is in de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen vermelden wij het hier toch bij de vroegste ontwikkeling.

Er zijn heel wat externe factoren die hun zelfvertrouwen kunnen aantasten, zoals permanente druk van volwassenen om te excelleren, een niet-adequaat leeraanbod op school, waardoor verveling en verkeerde leerattitudes ontstaan, onbegrip of uitsluiting door leeftijdgenoten. Er zijn echter ook interne factoren die het zelfvertrouwen bij hoogbegaafde kinderen bedreigen. Zij ontwikkelen zich (zeer) dyssynchroon, zijn zeer sensitief, kunnen complexe gehelen waarnemen, maar missen nogal eens het geduld om deze verbanden op een “begrijpelijke” wijze uit te leggen. Door al deze fricties voelen sommige hoogbegaafde kinderen zich een vreemde eend in de bijt.

Hoogbegaafde kinderen vergelijken zich beter niet met anderen.

Sommige hoogbegaafde kinderen nemen een low profile aan en vermijden angstvallig om op te vallen als hoogbegaafde, want dit leidt enkel maar tot torenhoge verwachtingen.

Zelfvertrouwen is iets dat je van anderen krijgt. Het maakt het sociale leven zeer rijk en divers. Hoogbegaafde personen kunnen op hun weg naar volgroeide hoogbegaafdheid veel hindernissen tegenkomen. Gelukkig de hoogbegaafde kinderen die wijze ouders hebben of een wijze mentor, mensen die deze obstakels kennen en weten hoe ze de kinderen kunnen helpen om deze hindernissen te nemen.  

Volwassenen kunnen het kind steunen door het meer vertrouwd te maken met de psychologische situatie waarin het zich bevindt (psycho-educatie). Een vertrouwenspersoon die de ware toedracht kan blootleggen van sociale wrijvingen, die inherent zijn aan hoogbegaafdheid, kan bevrijdend werken op de psychologische last die het kind ondervindt.

Samen spelen met andere kinderen, deelname aan ploegsporten, rollenspel, een hoogbegaafde vriend … zijn belangrijke middelen om hun sociale vaardigheden te ontwikkelen.

Sociale inzichten

Sociale inzichten of mentalisatie is het vermogen om zich in te leven in anderen, zodat men de wereld kan zien zoals anderen het zien. Het is eveneens het vermogen om zichzelf te doorgronden (introspectie)à en te weten welke motieven, gevoelens, behoeften, wensen, overtuigingen, gedachten aan de basis liggen van mijn eigen gedrag. De theorievorming rond mentalisatie is niet nieuw. Het bouwt verder op de hechtingstheorie van Bowlby en de werken rond theory of mind.

Bij mentaliseren gaat men op zoek naar de betekenis achter het gedrag en gaat men dus verder dan het louter waarneembaar gedrag. Kinderen met veel zelfvertrouwen zijn vaak veel sensitiever tegenover het gedrag van anderen, vooral als zij ook hoogbegaafd zijn.

Hoogbegaafde kinderen wijken ver af van het gemiddelde, zodat het voor gemiddeld intelligente kinderen moeilijk is om in de schoenen te gaan staan van een hoogbegaafd kind. Het veronderstelt bij volwassenen (en leeftijdgenoten) een verfijnd vermogen om coherent na te denken over de innerlijke wereld van het hoogbegaafde kind.

Het vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich uit de relatie mama - kind (2) in de vroege babyleeftijd. Aanvankelijk is er de volle geborgenheid: mama fungeert als een beschermend pantser dat alle dreiging wegneemt. Als baby bang is, het koud heeft, geplast heeft enz. snelt het beschermende pantser te hulp en wordt de baby weer rustig.

In een later stadium ontstaat een non-verbale dialoog tussen mama en kind via kirren, lachen, strelen, kussen … Tegelijk ontstaan geleidelijk aan door de mentalisatie-arbeid van mama vaste patronen die de baby zich begint eigen te maken. Bij honger bijv. brengt mama een gans ander ritueel op gang dan bij angst. Deze rituelen zorgen voor voorspelbaarheid bij de baby en vormen het begin van de ontwikkeling van de mentalisatiecapaciteit van de baby.

Als deze dialoog mama-kind vlot verloopt, ontstaat een patroon van veilige hechting, die een katalysator wordt in de ontwikkeling van mentalisatie. De mentalisatie-arbeid van mama neemt niet alleen de angst of onlust weg, maar opent eveneens de weg naar het ontwikkelen van primair mentaliseren van de baby. Bij een baby of peuter is mentaliseren niet een louter cognitief proces maar heeft betrekking op een impliciet en (grotendeels) onbewust voorweten over menselijke relaties.

Noten

(1) Wij gebruiken de term snellerend (en niet hoogbegaafd) als hypothetisch construct omdat het wetenschappelijk onderzoek nog niet heeft kunnen aantonen dat er neurologische correlaten zijn die leerprocessen vlotter laten verlopen.

Veel wetenschappelijk onderzoek wijst echter wel op het belang van een goede stimulering van de vroegste ontwikkeling. Deze ontwikkelingsfactoren zijn minstens even belangrijk als het cognitief potentieel op zich om later door te kunnen groeien tot innovatieve hoogbegaafdheid.

(2) Wij gebruiken hier de term mama-kind voor iedere relatie tussen een volwassene en een kind.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.