Pseudowetenschap ontmaskerd
Esther Monfils
Onderwijsspecialist bij Breinbloeiers
Geraadpleegd op 10-10-2026,
van https://wij-leren.nl/pseudowetenschap-ontmaskerd.php
Laatst bewerkt op 5 oktober 2026

Esther Monfils pleit voor stevig gefundeerd onderwijs, met een sleutelrol voor de geregistreerde remedial teacher. Als orthopedagoog en kritisch denker mengt zij zich nadrukkelijk in het debat over de kwaliteit en onderbouwing van onderwijsinterventies. In haar boek dat gaat over pseudowetenschap in het onderwijs laat Monfils zien hoe het onderwijsveld kwetsbaar is voor methoden en praktijken die veel beloven, maar onvoldoende wetenschappelijk gefundeerd zijn. Eshter Monfils: "Onderwijs moet rusten op bewezen effectieve werkwijzen en de remedial teacher kan daarin een voortrekkersrol vervullen." In dit interview licht Monfils haar visie toe. Bevlogen, scherp en met oog voor de praktijk.
Tekst: Melanie Modderman. Dit interview verscheen eerder in het Tijdschrift voor Remedial Teachers.
Het onderwijs is kwetsbaar voor pseudowetenschappelijke oplossingen, schrijf je. Hoe zie je dat terug?
“Ons onderwijs is enorm kwetsbaar voor pseudowetenschap. Dat heeft meerdere redenen. Pseudowetenschap klinkt vaak als echte wetenschap en vaart mee op de legitimiteit daarvan (Ter Braack, 2024). Het klinkt ons dus niet onbekend in de oren en sluit gemakkelijk aan bij overtuigingen en ideeën die we al hebben.
In het onderwijs zijn we bovendien sterk bereid om vergaand naar oplossingen te zoeken, zeker als het gaat om passend onderwijs voor leerlingen die iets extra’s nodig hebben. Dat rechtvaardigt soms het afwijken van het geijkte pad, maar het gevaar is dat we zo ook sneller een dwaalweg inslaan. Daarbij is het niet vreemd dat we aanbieders van zulke dwaalwegen soms ruim baan geven. Als een school eenmaal voor zichzelf heeft gerechtvaardigd dat een bepaalde ideologie, methode of aanpak zou kunnen werken, staat de deur wijd open voor ongekwalificeerde begeleiders die zich bij dat gedachtegoed aansluiten en graag een helpende hand willen bieden.
Vaak gebeurt dit uit zeer goede intenties en met veel bevlogenheid. Daar wil ik niets aan afdoen. Maar goede bedoelingen maken een aanpak nog niet effectief. Het risico is dat we kostbare tijd en energie verliezen, en dat kinderen uiteindelijk niet de juiste steun krijgen.”
"Pseudowetenschap krijgt gemakkelijk voet aan de grond wanneer overtuigingen en beloften vertrouwd klinken."
Veel scholen besteden begeleiding uit aan mensen die hier niet voor gekwalificeerd zijn. Wat gaat er mis?
“Wat ik vaak zie, is dat scholen zich meer laten leiden door iemands voorkomen of door het vertrouwen waarmee iemand zijn verhaal vertelt, dan door de inhoudelijke onderbouwing. Daar schuilen verschillende denkfouten achter: het halo-effect, de illusie van zelfvertrouwen, en de kennisillusie (Mens, 2020). We vergeten in veel gevallen kritisch te checken of de feiten kloppen, omdat we ook heel graag wíllen geloven dat iets kan helpen.
Maar dat is wensdenken. En in de advies- en begeleidingsmarkt wordt daar maar al te graag gebruik van gemaakt. Of beter gezegd: misbruik. Want leerlingen en scholen zijn de dupe. Inspanning, tijd en geld worden ingezet op iets waarvan we hopen dat het werkt, terwijl er geen bewijs voor is.
Het ergste is misschien nog wel dat verkeerde ideeën over leren en ontwikkeling kinderen direct kunnen schaden. Bekende voorbeelden zijn de leerstijlenmythe en het idee van een links- of rechtsgeoriënteerde hersenhelft. Kinderen krijgen een label (‘jij bent een beelddenker’ of ‘jij hebt een rechtsgeoriënteerde leerstijl’) en vervolgens alleen nog een aanpak die daar zogenaamd bij past. Daarmee verschraal je hun kansen en doe je hen tekort. Het adagium ‘baat het niet, schaadt het niet’ gaat hier dus niet op (Sun et al., 2023; Willingham, 2012). Want uit verkeerde ideeën volgen verkeerde interventies.”
"Zelfverzekerd optreden kan de indruk wekken dat een aanpak ook inhoudelijk sterk is."
Je schrijft een boek over pseudowetenschap in het onderwijs. Wat kunnen we verwachten?
“Het boek richt zich in eerste instantie op intern begeleiders en kwaliteitscoördinatoren, maar ook andere onderwijsprofessionals kunnen er veel aan hebben. Ik leg uit wat pseudowetenschap is, waarom we er zo gemakkelijk voor vallen en (vooral) hoe scholen zich ertegen kunnen wapenen.
Ik bespreek een aantal hardnekkige dwaalwegen en mythen die maar blijven rondzingen in het onderwijs. Denk aan leerstijlen, hersenhelften, of allerlei commerciële methoden die met grote beloften worden gepresenteerd maar onvoldoende onderbouwd zijn. Maar mijn doel is niet om lijstjes te maken met wat allemaal níet klopt. Ik ga vooral in op de vraag: hoe ga je er als professional mee om?
Dat speelt op verschillende niveaus. Binnen het team kan een collega iets willen inzetten dat niet wetenschappelijk onderbouwd is. Externe partijen kunnen begeleiding aanbieden of een aanpak introduceren die niet bij de visie van de school past. En ouders gaan, vaak vanuit wanhoop, zelf op zoek en blijken daarbij gevoelig voor misleidende ideologieën, methoden en beloften.
"Pseudowetenschappelijke ideeën kunnen via collega’s, externe aanbieders en ouders de school binnenkomen."
In mijn boek geef ik professionals daarom praktische handvatten. Hoe check je feiten en claims? Hoe beoordeel je de achtergrond van iemand die begeleiding aanbiedt? Hoe ga je om met tegenwerpingen als: ‘niet alles hoeft wetenschappelijk bewezen te zijn’ of ‘je moet wel naar de juiste bronnen kijken’? Ik bied lijsten met zogenoemde voorzeggers: zinnen die je kunt gebruiken om ouders erkenning te geven, maar ook om grenzen te stellen, altijd op een respectvolle manier.
Voorbeelden zijn:
- ‘Er is veel informatie online te vinden, maar niet alles is betrouwbaar. Als school volgen we inzichten uit degelijk onderzoek om ons onderwijs zo goed mogelijk vorm te geven.’
- ‘Wij kiezen voor bewezen effectieve strategieën. Dat betekent soms dat we bewust níet meegaan in populaire alternatieve opvattingen.’
- ‘We werken vanuit kennis over hoe leren werkt, omdat we leerlingen daarmee het beste ondersteunen.’
- ‘We respecteren jullie mening, maar dit sluit niet aan bij onze onderwijsvisie. We leggen graag uit waarom.’
“Daarnaast geef ik suggesties voor teksten in de schoolgids en voor werkafspraken met externe partijen. Belangrijk is dat scholen eigen standaarden ontwikkelen, zodat het veld zich daaraan kan spiegelen.
De hoofdstukken van het boek lezen als praktische gidsen, vol voorbeelden, adviezen en hulpmiddelen voor een professionele, kritisch-wetenschappelijke houding.”
"Scholen worden weerbaarder wanneer professionals claims, bronnen en aanbieders systematisch leren beoordelen."
Evidence-informed en evidence-based werken zijn sleutelbegrippen. Hoe raken die aan de rol van de remedial teacher?
“Dat zijn echt sleutelbegrippen. Zoals Willingham (2012) stelt: 'We cannot afford to let educational practice be guided by hunch or hope if better information is available.' En er ís betere informatie beschikbaar. Voor remedial teachers betekent dit dat zij zich kunnen onderscheiden door evidence-based en evidence-informed te werken.
Evidence-based houdt in dat je keuzes maakt op basis van wetenschappelijk onderzoek. Evidence-informed betekent dat je die kennis combineert met je eigen praktijkervaring en de specifieke context van het kind.
Kritisch denken speelt daarin een grote rol. Dat gaat verder dan ‘kritisch zijn’. Kritisch zijn gebeurt vaak selectief. Kritisch denken is het vermogen om informatie en overtuigingen bewust te bevragen: klopt dit, waar is het bewijs, zijn er tegenargumenten? Wetenschappelijk denken sluit daar op aan: hypotheses opstellen, gegevens verzamelen, analyseren, en pas daarna conclusies trekken. Beide denkwijzen versterken elkaar.”
"Wetenschappelijk denken helpt remedial teachers om pas na onderzoek en analyse conclusies te trekken."
Kun je dat vertalen naar de praktijk van de remedial teacher?
“Voor een rt’er betekent kritisch denken dat je niet zomaar aanneemt dat een leerling ‘gewoon moeite heeft met rekenen’, maar dat je onderzoekt waar die moeite vandaan komt. Je checkt of er alternatieve verklaringen zijn en welke gegevens dat ondersteunen.
Wetenschappelijk denken helpt vervolgens om systematisch te werken: hypotheses opstellen (‘zou deze aanpak de spelling verbeteren?’), gegevens verzamelen (toetsresultaten, observaties, gesprekken) en daaruit conclusies trekken. Dat voorkomt dat je te snel oordeelt of op aannames afgaat.
Het risico in de praktijk is dat conclusies soms te snel worden getrokken, bijvoorbeeld op basis van één observatie of een onderbuikgevoel. Dan leg je verkeerde verbanden of kies je een aanpak zonder bewijs. Een kritische en wetenschappelijke houding maakt de begeleiding veel sterker. Het zorgt ervoor dat interventies beter aansluiten bij de leerling en daadwerkelijk effect hebben. Bovendien geeft het ouders en leerkrachten meer vertrouwen.”
"Hypotheses, toetsgegevens, observaties en gesprekken helpen om zorgvuldig tot conclusies te komen."
Wat maakt de remedial teacher hierin echt professioneel?
“Een rt’er onderscheidt zich door een kritische grondhouding. Dat betekent:
- Alert zijn: pseudowetenschap is vaak goed vermomd.
- Terughoudend zijn: temper je enthousiasme en stel je oordeel uit.
- Twijfel gebruiken: wees je eigen advocaat van de duivel, zoek tegengeluid.
- Je overtuigingen kunnen bijstellen: oude inzichten loslaten wanneer nieuw bewijs dat vraagt.
Daarnaast is het belangrijk ervaring en intuïtie niet te overschatten. Natuurlijk zijn die waardevol, maar hun bewijskracht is beperkt. Professionele rt’ers vertrouwen niet alleen op routine, maar baseren hun keuzes op onderzoek en praktijkervaring. Dat onderscheidt hen van begeleiders zonder opleiding.
Het effect is groot: leerlingen krijgen begeleiding die beter aansluit, scholen verliezen minder tijd aan ineffectieve aanpakken en ouders zien dat keuzes verantwoord zijn. De remedial teacher wordt zo niet alleen gezien als begeleider, maar als professional die het verschil maakt.”
"Een professionele remedial teacher stelt haar oordeel uit, zoekt tegengeluid en stelt overtuigingen bij wanneer nieuw bewijs daarom vraagt."
Hoe kan de waarde van de remedial teacher steviger worden verankerd in het onderwijs?
“Door jezelf duidelijk te profileren. Laat zien waarin je je onderscheidt: evidence-based werken, kritisch en wetenschappelijk denken, en het combineren van onderzoekskennis met praktijkervaring. Wees transparant: leg uit waarom je een bepaalde aanpak kiest en wat die oplevert. Dat versterkt het vertrouwen.
Daarnaast helpt samenwerken en kennis delen. Laat collega’s zien hoe jouw analyses en interventies bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs. Positioneer je als kennisdrager en gesprekspartner in het team en richting ouders.
En ten slotte: maak van je kritische houding een kwaliteitskenmerk. Bewust zijn van eigen denkfouten, tegengeluid zoeken, pseudowetenschap herkennen en verlaten: dát is professionaliteit. Daarmee versterk je niet alleen je eigen positie, maar ook de legitimiteit van het vak. En daarbij geldt dat de beroepsregistratie een zichtbaar bewijs vormt van die professionaliteit: het laat zien dat je je committeert aan kwaliteitsstandaarden, nascholing en een beroepscode en dat versterkt je eigen positie, mits je hier zelf aan blijft werken.”
"De remedial teacher versterkt haar positie door keuzes transparant te onderbouwen en kennis actief te delen."
Welke rol zie je voor beleidsmakers, schoolbesturen en beroepsverenigingen?
“Het mag overal kritischer. Pseudowetenschap wordt nog te vaak gezien als onschuldig. Maar anekdotisch bewijs heeft weinig waarde. Als honderden kinderen zogenaamd geholpen lijken, maar onderzoek laat iets anders zien, dan kan er sprake zijn van een placebo-effect. Hulp helpt altijd een beetje, maar dat wil niet zeggen dat de methode werkt.
Scholen kunnen hier zelf standaarden in neerzetten. Bijvoorbeeld door afspraken te maken:
- We werken alleen met onderbouwde methodes.
- We vragen openheid over de achtergrond van externen. Een registratie bij een beroepsvereniging heeft de voorkeur.
- We maken keuzes op basis van feiten en context, passend bij onze visie en ons professionele kader.
Voor rt’ers met een kritische grondhouding is dit geen probleem. Zij kunnen zich juist hierin onderscheiden en een waardevolle rol spelen in gesprekken met ouders en collega’s.
Beroepsverenigingen zoals de LBRT kunnen daarnaast hun standaarden aanscherpen via accreditatie van cursussen en door kennisdeling. Hun invloed is beperkt, maar een beroepsregistratie en commitment aan een beroepscode zijn al belangrijke kwaliteitsbeloften. Voor scholen en ouders is dat een betrouwbaar startpunt.
Beleidsmakers en schoolbesturen moeten zich beter laten informeren door mensen die wetenschap begrijpen en kunnen vertalen naar de praktijk. Ook bij scholing van personeel is het essentieel te checken wie de training geeft en wat diens achtergrond is. In mijn boek raad ik professionals aan altijd onderzoek te doen naar de feiten en naar de mensen die de scholing aanbieden. Daarmee kunnen we samen het onderwijs weerbaarder maken tegen pseudowetenschap.”
"Anekdotische successen zeggen weinig over de werkelijke effectiviteit van een methode."
De literatuurlijst behorend bij dit artikel is te vinden op www.lbrt.nl.
Meer lezen over pseudowetenschap in het onderwijs?
Esther Monfils schreef Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur, een praktische gids die onderwijsteams helpt om kritisch te blijven en onderbouwde keuzes te maken. Bestel het boek hier of lees onze uitgebreide boekbespreking.

