Edufinity verzorgt weer de opleiding Intern begeleiden als kwaliteitscoördinator

Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur

Nico den Breejen
Onderwijskundige bij Wij-leren.nl  

Den Breejen, N. (2026). Samenvatting en bespreking van Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur.
Geraadpleegd op 15-08-2026,
van https://wij-leren.nl/bespreking-houd-pseudowetenschap-buiten-de-schooldeur.php/
Geplaatst op 30 juni 2026
Laatst bewerkt op 13 juli 2026
Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur

Pseudowetenschap is van alle tijden, maar lijkt de laatste jaren steeds nadrukkelijker aanwezig in het onderwijs. Ouders willen het beste voor hun kinderen en onderwijsprofessionals voor hun leerlingen. Daardoor zijn scholen soms kwetsbaar voor methoden, theorieën en interventies die veelbelovend klinken, maar onvoldoende wetenschappelijk zijn onderbouwd. In Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur laat Esther Monfils zien hoe pseudowetenschap het onderwijs kan binnensluipen en hoe scholen daar kritisch en evidence-informed mee om kunnen gaan.

"We cannot afford to let educational practice be guided by hunch or hope if better information is available."       

 - Prof. Daniel T. Willingham

Deze uitspraak van professor Daniel T. Willingham vat de kern van het boek treffend samen: we kunnen het ons niet veroorloven om onderwijs te baseren op intuïtie of hoop als er betere kennis beschikbaar is. Aan alles is te merken dat Esther Monfils dit uitgangspunt omarmt. Met tal van voorbeelden, wetenschappelijke inzichten en praktische handvatten laat zij zien hoe onderwijsprofessionals pseudowetenschap kunnen herkennen en hoe evidence-informed werken houvast biedt.

"We cannot afford to let educational practice be guided by hunch or hope if better information is available."  

Samenvatting

Esther Monfils laat zien dat pseudowetenschap zelden ontstaat vanuit slechte bedoelingen. Vaak liggen hoop, overtuiging, herkenning en de behoefte aan eenvoudige oplossingen voor complexe problemen eraan ten grondslag. De wens om leerlingen zo goed mogelijk te helpen maakt onderwijsprofessionals gevoelig voor aantrekkelijke verklaringen, veelbelovende interventies en hardnekkige onderwijsmythen. Het boek beschrijft hoe psychologische mechanismen, denkfouten en drogredenen ertoe kunnen leiden dat onbewezen ideeën zich binnen scholen verspreiden.

De auteur maakt duidelijk dat pseudowetenschap verschillende vormen kan aannemen: misinformatie die onbedoeld wordt verspreid, desinformatie waarbij bewust wordt misleid, hardnekkige mythen die door herhaling als waarheid worden gezien en dwaalwegen waarop scholen hun onderwijs inrichten op basis van onbewezen aannames. Het gevaar daarvan is groot. Niet alleen gaan tijd, geld en energie verloren, ook kan de onderwijskwaliteit in het geding raken.

"Misinformatie, desinformatie en onderwijsmythen kunnen ongemerkt richting geven aan schoolbeleid."

Een belangrijke boodschap van het boek is dat niemand immuun is voor pseudowetenschap. Onderwijsprofessionals handelen vaak vanuit de wens om leerlingen te helpen en zoeken verklaringen voor gedrag, leerproblemen of tegenvallende resultaten. Daarbij spelen psychologische mechanismen een grote rol. We zijn geneigd informatie te zoeken die onze bestaande overtuigingen bevestigt, hechten veel waarde aan ervaringen die onze ideeën ondersteunen en vinden het lastig om afstand te nemen van methoden waarin we al veel tijd, geld of energie hebben geïnvesteerd. Bovendien zijn we gevoelig voor stelligheid en voor mensen die als expert worden gezien, ook wanneer hun expertise onvoldoende onderbouwd is.

Daarom vraagt de auteur om een professionele grondhouding waarin kritisch en wetenschappelijk denken centraal staan. Dat betekent niet voortdurend overal tegen zijn, maar systematisch onderzoeken of beweringen kloppen. Het vraagt om het expliciet maken van aannames, het zoeken naar alternatieve verklaringen, het wegen van argumenten en het accepteren dat kennis kan veranderen wanneer nieuwe inzichten beschikbaar komen. 

"De meeste mensen zijn gevoelig voor stelligheid en voor mensen die als expert worden gezien, ook wanneer hun expertise onvoldoende onderbouwd is."

Om die houding vorm te geven introduceert Monfils drie kernbegrippen: alertheid, gereserveerdheid en gerede twijfel. Deze fungeren als een soort 'grasprikkers' waarmee onderwijsprofessionals de spreekwoordelijke adders onder het gras (=pseudowetenschap) kunnen opsporen. Ze helpen om niet direct mee te gaan in aantrekkelijke verhalen, marketingclaims of succesverhalen, maar eerst te kijken naar de onderbouwing ervan.

Tegenover de pseudowetenschap plaatst Monfils evidence-informed werken. Wetenschappelijke kennis, professionele expertise en de onderwijscontext moeten volgens haar steeds in samenhang worden gebruikt. Ze besteedt aandacht aan kritisch denken, wetenschappelijke geletterdheid, het beoordelen van onderzoek, de rol van experts en de samenwerking met ouders. De centrale boodschap is helder: scholen nemen betere beslissingen wanneer zij claims, methoden en overtuigingen systematisch en kritisch leren beoordelen.

"Alertheid, gereserveerdheid en gerede twijfel helpen om claims eerst op onderbouwing te beoordelen."

Bespreking

1. Een actueel en belangrijk boek

Pseudowetenschap is geen nieuw verschijnsel. De laatste jaren lijkt het onderwerp binnen het onderwijs wel steeds zichtbaarder te worden. Nieuwe methoden, trainingen en interventies volgen elkaar in hoog tempo op. Vaak worden daarbij grote beloftes gedaan, terwijl de wetenschappelijke onderbouwing beperkt of zelfs afwezig is.

Monfils laat overtuigend zien waarom scholen kwetsbaar zijn voor dergelijke claims. Onderwijsprofessionals zoeken iedere dag naar manieren om leerlingen beter te helpen. In die zoektocht kunnen aantrekkelijke verklaringen, veelbelovende methoden en overtuigende succesverhalen gemakkelijk voet aan de grond krijgen.

Daarom besteedt Monfils veel aandacht aan pseudowetenschappelijke ideeën die al jarenlang in het onderwijs circuleren. Sommige ideeën zijn zo ingeburgerd geraakt dat ze nauwelijks nog ter discussie worden gesteld. Toch ontbreekt vaak overtuigend bewijs voor hun effectiviteit. De auteur waarschuwt dat dergelijke ideeën soms diep verweven raken met schoolbeleid, lesmateriaal en onderwijsvisies. Daardoor kunnen scholen ongemerkt veel tijd en middelen investeren in aanpakken die weinig of geen bijdrage leveren aan leren en ontwikkeling. Deze heldere analyse maakt dit boek bijzonder actueel.

"Pseudowetenschappelijke ideeën kunnen jarenlang blijven circuleren zonder stevig bewijs voor hun effectiviteit."

2. Veel aandacht voor denkfouten en drogredenen

Een van de sterkste onderdelen van het boek is dat het ingaat op denkfouten, cognitieve vertekeningen en drogredenen. Als mens zijn we vaak minder objectief dan we denken. We overschatten onze eigen kennis, hechten te veel waarde aan persoonlijke ervaringen en laten ons soms overtuigen door emotionele of onlogische argumenten. 

De auteur legt begrippen zoals confirmation bias, overgeneralisatie en autoriteitsdenken helder uit en koppelt deze aan herkenbare voorbeelden uit de onderwijspraktijk. Die herkenbaarheid maakt duidelijk dat pseudowetenschap iedereen kan overkomen. Door deze mechanismen te herkennen ontstaat meer ruimte voor professionele reflectie en betere besluitvorming binnen scholen. 

Waardevol is ook het onderscheid tussen kritisch zijn en kritisch denken. Kritisch zijn betekent vaak dat we vooral op zoek gaan naar argumenten die onze eigen overtuigingen bevestigen en vooral kritisch kijken naar ideeën van anderen. Kritisch denken vraagt iets anders. Het betekent dat we beweringen systematisch onderzoeken, argumenten afwegen, kijken naar de kwaliteit van het bewijs en bereid zijn onze eigen opvattingen bij te stellen wanneer nieuwe inzichten daarom vragen.

"Kritisch denken is iets anders dan kritisch zijn. Het vraagt om bewijs te wegen en eigen opvattingen te kunnen bijstellen."

In Tabel 1 worden enkele veelvoorkomende drogredenen toegelicht met herkenbare voorbeelden uit de onderwijspraktijk. Monfils werkt in het boek nog meer drogredenen uit.

Tabel 1.

Veelvoorkomende drogredenen met voorbeelden uit het basisonderwijs. 

3. Evidence-informed werken krijgt een stevige basis

De uitleg over evidence-informed werken behoort eveneens tot de sterke onderdelen van het boek. Dat iets “op onderzoek gebaseerd” is, zegt op zichzelf weinig. Monfils laat zien dat één losse studie of één expert niet leidt tot wetenschappelijk bewijs. Wetenschap draait om herhaling, toetsing, kritiek van vakgenoten en het ontstaan van wetenschappelijke consensus. Persoonlijke ervaringen kunnen waardevol zijn, maar vormen geen sterk bewijs voor effectiviteit. Daarom is het noodzakelijk om verder te kijken dan aantrekkelijke verhalen en succesanekdotes. 

Daarnaast besteedt Monfils aandacht aan de vraag wie als expert kan worden beschouwd. In een onderwijsveld waarin veel coaches, begeleiders en adviseurs actief zijn, is het belangrijk om kritisch te kijken naar kwalificaties, beroepsregistraties en de kwaliteit van de aangeboden kennis. Niet iedere deskundige is automatisch een betrouwbare bron en een indrukwekkende presentatie of overtuigende uitstraling zegt weinig over de wetenschappelijke waarde van een methode.

Waardevol is de aandacht voor de piramide van bewijskracht. Die helpt onderwijsprofessionals om verschillende soorten onderzoek beter op waarde te schatten. In een onderwijspraktijk waarin regelmatig wordt verwezen naar 'wetenschappelijk bewezen' methoden, biedt dit een bruikbaar beoordelingskader.

"De piramide van bewijskracht helpt om onderzoek beter op waarde te schatten."

4. Ruimte voor verbinding met ouders

Monfils besteedt terecht veel aandacht aan de samenwerking met ouders. Ze erkent dat ouders soms vasthouden aan alternatieve verklaringen of interventies, vaak vanuit zorg en betrokkenheid bij hun kind. Overtuigingen veranderen niet zomaar, zeker niet wanneer die verbonden zijn met identiteit of eerdere investeringen. Tegenwerpingen en weerstand zijn daarom onvermijdelijk. De uitdaging is om in gesprek te blijven, erkenning te blijven geven, de professionele visie te blijven uitleggen en tegelijkertijd vast te houden aan onderbouwde keuzes. Ouders moeten zich gehoord voelen en ervaren dat hun zorgen serieus worden genomen, maar professionele grenzen blijven noodzakelijk.

Daarom pleit de auteur voor duidelijke afspraken en een heldere visie binnen scholen. Wanneer een team gezamenlijk vastlegt hoe het omgaat met onbewezen interventies, ontstaat meer rust, duidelijkheid en consistentie. Grenzen stellen hoeft geen confrontatie te betekenen. Integendeel: door helder uit te leggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en welke kennis daaraan ten grondslag ligt, blijft de dialoog mogelijk. Empathie en professionele duidelijkheid kunnen dan ook uitstekend samengaan.

"Onderbouwde keuzes blijven beter overeind wanneer teams daar samen afspraken over maken."

5. Een praktisch pleidooi voor beter onderwijs

Het boek blijft niet hangen in theorie. Monfils vertaalt haar boodschap voortdurend naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Zij biedt onderwijsprofessionals concrete handvatten om claims kritisch te beoordelen, beter naar onderzoek te kijken en gezamenlijk een professionele kwaliteitscultuur te ontwikkelen. Daardoor is Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur niet alleen een boek over pseudowetenschap, het is vooral een pleidooi voor beter onderwijs.

Conclusie

Met Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur heeft Esther Monfils een toegankelijk, actueel en overtuigend boek geschreven over kritisch denken en evidence-informed werken in het onderwijs. De combinatie van wetenschappelijke inzichten, herkenbare praktijkvoorbeelden, prachtige illustraties van Hester van der Kwaak en concrete handvatten maakt het boek prettig leesbaar en direct toepasbaar.

"Met alertheid en gezonde twijfel blijft de aandacht gericht op wat leerlingen daadwerkelijk helpt."

De centrale boodschap van het boek is dat scholen sterker worden wanneer zij een cultuur ontwikkelen waarin kritisch denken, wetenschappelijke geletterdheid en evidence-informed werken vanzelfsprekend zijn. Dat levert niet alleen betere onderwijskwaliteit op, maar ook meer rust, houvast en tijd. Door alert, gereserveerd en met gezonde twijfel naar claims, methoden en overtuigingen te kijken, kunnen scholen voorkomen dat pseudowetenschap hun handelen bepaalt en kunnen zij hun energie richten op wat leerlingen daadwerkelijk helpt.

Voor leraren, intern begeleiders, kwaliteitscoördinatoren, schoolleiders en andere onderwijsprofessionals die bewust willen omgaan met onderwijsontwikkelingen, kan ik dit boek van harte aanbevelen. 

"Een waardevol boek voor iedereen die onderwijsbeslissingen wil baseren op de best beschikbare kennis."

Bestellen

Het boek Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur is te bestellen via bol.com:


Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.