Neuropsychologie richt zich op de relatie tussen het brein en het functioneren van mensen. Belangrijk zijn de neuropsychologische vaardigheden zoals taal, denken, leren, emoties, handelen, gedrag en sociaal functioneren, die beter begrepen kunnen worden wanneer ook inzichten over structuur en functie van de hersenen worden gebruikt. Het brein rijpt door tot ver in de jonge volwassenheid: tot na het 25e jaar. Veel neuropsychologische vaardigheden die nodig zijn voor zelfstandig functioneren, zoals plannen, impulsremming, zelfregulatie en het overzien van gevolgen, zijn in de kinder- en tienertijd nog niet uitgerijpt. Dat betekent niet dat er iets mis is met de tiener, maar dat zijn brein nog volop in opbouw is. Tieners zijn letterlijk ‘werk in uitvoering’, zoals Jelle Jolles beschrijft in zijn boek over het tienerbrein.
Sommige functies, zoals gevoeligheid voor prikkels en emoties, zijn al sterk aanwezig, terwijl andere functies, zoals overzicht houden en vooruitdenken en vooral het rekening houden met de sociale context, achterblijven. Dit verklaart waarom tieners soms scherp, creatief en gevoelig zijn, maar ook impulsief, wisselend in gedrag en moeilijk voorspelbaar. Dat spanningsveld hoort bij normale ontwikkeling.
Voor opvoeders zoals leraren, ouders en coaches bieden inzichten uit de neuropsychologie een ander perspectief. Tienergedrag wordt niet primair gezien als lastig of als een teken van onwil of gebrek aan motivatie, maar als een uiting van een brein dat nog aan het leren is hoe het moet functioneren in een complexe wereld. Jolles stelt dat het herkennen van het feit dat jongeren zich nog ontwikkelen, vraagt om bijgestelde verwachtingen en om actieve begeleiding: ondersteunen, structureren en richting geven.
Laatst geactualiseerd op 8 februari 2026
