De paradox tussen ik en wij
Karin Zegers-de Louw
Expert onderwijs en organisatieontwikkeling bij Stichting LeerKRACHT
Geraadpleegd op 14-03-2026,
van https://wij-leren.nl/paradox-ik-wij.php
Laatst bewerkt op 3 maart 2026

In veel scholen is de nadruk de afgelopen jaren sterk komen te liggen op het stimuleren van autonomie. Neem leerkracht Marieke. Ze werkt bewust met keuzehoekjes, weektaken en individuele leerdoelen, precies zoals van haar verwacht wordt. Maar steeds vaker merkt ze dat het schuurt. Sommige leerlingen lijken juist minder verbonden, minder betrokken bij elkaar. Anderen raken overweldigd door alle keuzes. En Marieke vraagt zich regelmatig af: Is dit het nou? Zijn we niet te veel doorgeschoten in het ‘ik’, in het idee dat autonomie altijd voorop moet staan?
In dit artikel verken ik het leren laveren tussen de paradox autonomie en co-creatie. Want misschien vraagt de tijdsgeest niet om nóg meer autonomie of nóg meer ruimte, maar om een nieuw soort balans tussen ‘ik’ en ‘wij’.
We willen dat leerlingen eigen keuzes maken, maar ook dat ze rekening houden met anderen. We willen dat ze weten wat ze willen, maar ook dat ze bereid zijn te luisteren naar wat de ander nodig heeft. We willen dat kinderen zelfstandigheid leren, maar dat kunnen ze alleen in verbinding. Pas in de dans tussen autonomie en co-creatie ontstaat de volwassenheid die de complexiteit van vandaag weerspiegelt.

De waardering van autonomie
We zijn de afgelopen decennia steeds meer het individu voorop gaan zetten: zijn behoeften, zijn keuzes, zijn ontwikkeling. Autonomie is het ideaalbeeld geworden in onderwijs en opvoeding. Zelfstandig werken, zelfregie en verantwoordelijkheid nemen vormen de kern van wat we kinderen willen meegeven. In die nadruk ligt een groot goed: autonomie versterkt de executieve functies van kinderen. Het helpt hen plannen, impulsen reguleren, aandacht richten en keuzes maken. Het geeft richting, overzicht en eigenaarschap over hun eigen leren en leven. Maar het heeft ook bijwerkingen: een samenleving waarin mensen voornamelijk vanuit eigen belang denkt, handelt en leeft.
Waarom co-creatie vandaag zo cruciaal is
In onze complexe samenleving is het vermogen om verbinding te maken minstens zo belangrijk. We leven in een tijd waarin de wicked problems niet meer door één persoon of één waarheid te beantwoorden zijn. De maatschappelijke uitdagingen waar kinderen mee opgroeien zoals digitalisering, groeiende sociale verschillen en wereldwijde spanningen, vragen niet om sterke individuen die alles zelf kunnen, maar om mensen die hun eigenheid kunnen verbinden met anderen. Co-creatie is daarmee geen luxe meer, maar een voorwaarde om samen tot oplossingen te komen. De systemen waarin we leven worden steeds complexer. Van zorg tot onderwijs, van klimaat tot technologie: alles grijpt in elkaar. We hebben elkaar nodig om wijsheid te ontwikkelen die verder reikt dan ons eigen perspectief. Co-creatie is daarin geen methodiek, maar een grondhouding: het besef dat de ander iets weet wat jij niet weet, en dat echte innovatie pas ontstaat wanneer verschillende perspectieven elkaar raken.
De dans tussen autonomie en co-creatie
Beide polen zijn essentieel: autonomie en co-creatie. Autonomie zonder co-creatie leidt tot isolatie. Co-creatie zonder autonomie leidt tot afhankelijkheid. En juist het samenspel ertussen brengt iets wezenlijks teweeg. Autonomie geeft kinderen het bewustzijn: dit kan ik, dit weet ik, dit breng ik mee. Die helderheid maakt ook zichtbaar waar een ander hen kan aanvullen. Co-creatie voegt vervolgens iets toe wat je alleen niet kunt bereiken: samen zie je meer, weet je meer en kun je meer.
Tegelijkertijd kent elk leven momenten waarin je snel moet schakelen of waarin overleg niet mogelijk is. Dan is het fijn als een kind terug kan vallen op zijn eigen zelfdragend vermogen. Zo haken beide polen in elkaar: autonomie als innerlijke stevigheid in handelen, co-creatie als gezamenlijke draagkracht. Weten wanneer het nodig is om zelf te handelen, en wanneer je samen verder komt. In die afwisseling ontstaat wijsheid.
Daarmee verschuift de vraag van: Hoe maak ik kinderen zelfstandig? naar:
Hoe leer ik kinderen zichzelf en elkaar serieus te nemen, zodat ze samen tot wijsheid kunnen komen?
De leerkracht als rolmodel in luisteren
Leerkracht Marieke merkte het intuïtief al: autonomie als hoogste doel raakt uit balans wanneer verbinding ontbreekt. De opdracht van deze tijd is niet nog meer autonomie of nog meer ruimte, maar de leerlingen leren laveren tussen ‘ik’ en ‘wij’. Dat begint niet bij een methode of een format, maar bij jou als leerkracht.
Hoe jij luistert, bepaalt wat kinderen leren over zichzelf, over elkaar en hoe ze samenwerken.
Toch is echt luisteren in de praktijk complex. In talkshows, vergaderingen en politiek zien we vooral overtuigingen die worden uitgevent, snelle meningen, stelligheid. Dat versterkt wat Otto Scharmer downloadend luisteren noemt: luisteren door de filter van je eigen kennis en aannames. Het voelt efficiënt, maar heeft voorspelbare gevolgen. Voor jezelf: je hoort vooral wat je al wist. Voor de ander: je wordt niet echt gezien, wat leidt tot volgzaamheid of weerstand. Voor het contact: de ruimte vernauwt.
Generatief luisteren werkt precies omgekeerd. Je parkeert je oordeel, bent aanwezig met hoofd, hart en lichaam en luistert nieuwsgierig naar wat er in de situatie wil ontstaan. Dat geeft rust en helderheid, en voor de ander een gevoel van veiligheid en serieus genomen worden. De ruimte vergroot. Precies wat co-creatie mogelijk maakt.
Kinderen leren dit vooral als jij dit voorleeft.
Praktijkvoorbeeld: eigen plan volgen of afstemmen?
De klas start met een rekeninstructie. Leerkracht Marieke merkt meteen dat de groep onrustig is: schuivende stoelen, fluisterende kinderen, afdwalen.
Downloadend luisteren (automatische reactie):
Marieke denkt: Ze moeten gewoon beginnen, ik heb weinig tijd.
Ze blijft haar uitleg geven, praat harder, houdt vast aan haar plan.
Gevolg: de onrust groeit, kinderen haken af en Marieke voelt irritatie en druk.
Generatief luisteren (rolmodel in ‘ik’ én ‘wij’):
Marieke ademt, stopt met praten en observeert zonder oordeel: houding, energie, gezichten. Ze benoemt wat ze ziet, niet wat ze ervan vindt:
“Ik merk wat onrust, klopt dat?. Ik check even bij jullie: wat hebben jullie nú nodig om te starten?”
Er valt stilte. Een leerling zegt: “We kwamen net uit de gym, ik zit nog helemaal vol.”
De anderen: “ja, ik ook”. Kunnen we eerst even tot rust komen?
Marieke kiest ervoor om daarom kort met elkaar in te checken. Met de vraag: "Wat heb je nu nodig om je hoofd leeg te maken voor rekenen?"
Wat kinderen aangeven: "Ik heb even mijn ogen sluiten nodig." / "Ik heb één keer hard zuchten nodig." / "Ik heb mijn armen uitschudden nodig."
Door het gezamenlijk te doen, creëert Marieke een gedeeld rustmoment en door de acties hardop te benoemen, wordt de individuele behoefte collectief erkend en uitgevoerd. Binnen een paar minuten ontstaat focus. De instructie wordt korter maar effectiever.
Wat gebeurde hier?
Marieke liet haar plan niet vallen. Ze liet zich bijstellen door wat de situatie vroeg. Ze modelleerde: eerst afstemmen op jezelf (wat is mijn plan?), dan op de groep (wat is nodig?), en van daaruit handelen. De kinderen zien én ervaren zo hoe autonomie en co-creatie samen kunnen gaan.
Hechte relaties als kern
Als we kinderen willen voorbereiden op een wereld die steeds complexer wordt, kunnen we niet langer kiezen tussen autonomie of co-creatie. In een tijd waarin AI en technologie steeds meer cognitieve taken overnemen, blijft dit menselijke vermogen, om onszelf en de ander te verstaan, onze grootste intelligentie. Kinderen die dat leren, weten niet alleen wat ze kunnen bijdragen, maar kunnen ook horen wat een situatie of gemeenschap van hen vraagt. In die wisselwerking ontstaat een volwassenheid waarin hechte relaties met jezelf en met anderen mogelijk zijn. Misschien is dat wel de belangrijkste pedagogische opdracht van nu: kinderen begeleiden naar een plek waar ‘ik’ en ‘wij’ elkaar niet uitsluiten, maar elkaar versterken.
In een volgend artikel verken ik hoe bewegen binnen kaders en creativiteit elkaar kunnen versterken in de dagelijkse onderwijspraktijk. Om zo de nieuwe generatie te leren bewegen in het dynamische speelveld waar zij in opgroeien.

Bronnen
- Scharmer, O. (2010). Theorie U: Leiden vanuit de toekomst die zich aandient. Christofoor
- Zegers – de Louw, K. (2025). In de kinderschoenen: opvoeden als niets meer vanzelfsprekend lijkt. S2 Uitgevers.
- https://www.nji.nl/invloed-van-maatschappelijke-trends
