Toetsing in het basisonderwijs (1): Brede onderwijsdoelen
Karen Heij
Zelfstandig toetsexpert bij Parrhesia onderwijsadvies
Geraadpleegd op 14-12-2025,
van https://wij-leren.nl/toetsing-basisonderwijs-introductie.php
Laatst bewerkt op 29 oktober 2025

Toetsing hoort bij onderwijs. Het helpt om zicht te krijgen op waar een leerling staat en wat een passende vervolgstap is. Niet altijd is direct zichtbaar of leerlingen begrijpen wat je aanbiedt. Toetsing kan dan inzicht bieden. Die toetsing kan gericht zijn op feedback: voor de leerling, de leerkracht of de gebruikte leermiddelen. Maar toetsen hebben vaak ook andere functies, zoals selectie of verantwoording (accountability). Dan gaat het om vergelijkingen tussen scholen of leerlingen. In de praktijk blijkt de functie van een toets niet altijd uit de toets zelf, maar uit het gebruik ervan in de praktijk. Daarmee zijn toetsen instrumenten die vooral op hun waarde in de praktijk moeten worden onderzocht.
In deze artikelenserie gaan we in op vragen die leven rondom toetsing in het basisonderwijs. Wat betekent toetsing in de praktijk? Welke impact hebben toetsresultaten op leerlingen en scholen? En hoe verschilt de Nederlandse toetspraktijk van die in andere landen? We onderzoeken de betekenis en rol van toetsing. Kritisch, verdiepend en altijd met oog voor de praktijk.
Dit is het eerste deel van een artikelenreeks over toetsing in het basisonderwijs.
- Lees hier deel 2 over het Nederlandse onderwijsstelsel
- Lees hier deel 3 over toetsing binnen het opbrengsgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs
- Lees hier deel 4 over methodegebonden toetsen
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'Toetsing in het basisonderwijs' van de Wij-leren Academie.
Brede onderwijsdoelen
In dit eerste deel richten we ons op de brede doelen van het onderwijs. Een risico van toetsing is dat de brede onderwijsdoelen naar de achtergrond verdwijnen en we ons enkel richten op wat meetbaar en kwantificeerbaar is. Daarom wordt in dit artikel eerst aandacht besteed aan brede onderwijsdoelen, zodat deze stevig in beeld blijven. Deze verkenning biedt een fundament voor een dieper inzicht in de doelen en de functie van het onderwijs. Toetsing is immers een middel en geen doel op zich. Dan is het belangrijk te onderzoeken of toetsen waardevolle hulpmiddelen zijn om het bereiken van beoogde doelen te ondersteunen. Toetsing begint dus altijd met het zicht op de bedoeling en doelen van onderwijs. Dit artikel over het in het oog houden van brede onderwijsdoelen fungeert als een blijvend aandachtspunt in alles wat we in de vervolgdelen zullen bespreken.
Zonder scherp beeld van brede doelen raakt toetsing haar kompas kwijt.
De drie doeldomeinen van onderwijs
Education is not the filling of a pail, but the lighting of a fire
- William Butler Yeats
Zoals William Butler Yeats meer dan een eeuw geleden al uitsprak, kun je leerlingen niet als een mand vullen. Onderwijs is als het oplichten van een vuur. Onderwijs is nooit neutraal. Hoe dan ook, er is voortdurend sprake van een interactie die zorgt voor ontwikkeling en vorming van kinderen. Het onderwijs werkt vaak vanuit doelen om de vorming en ontwikkeling van kinderen niet volledig ongewis te laten zijn maar volgens een bepaald pad te laten verlopen. In de literatuur (bijvoorbeeld Biesta, 2020; Hasslöf & Malmberg, 2015; Lomsdal et al., 2022) wordt vaak gesproken over drie overkoepelende doelen in het onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. Biesta noemt dit de drie doeldomeinen van het onderwijs. Deze drie doeldomeinen overlappen elkaar en werken dynamisch samen om een brede ontwikkeling en vorming van kinderen te bevorderen. In Figuur 1 zijn deze drie doeldomeinen weergegeven.
Onderwijs is nooit neutraal, ook al denken we vaak van wel.

Figuur 1. De drie doeldomeinen van het onderwijs.
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge kwaliteit? Schrijf je dan in voor het kennisdossier van de Wij-leren Academie.
Kwalificatie
Bij het eerste doeldomein, kwalificatie, gaat het om het aanleren van kennis, vaardigheden, houdingen en begrip (Biesta, 2012; Eidhof et al., 2021). Kinderen hebben kennis en vaardigheden nodig om de wereld om hen heen te begrijpen. Kwalificatie stelt hen hiertoe in staat, bijvoorbeeld door het aanleren van lees- en rekenvaardigheden (Eidhof et al., 2021). Volgens Biesta krijgt dit doeldomein doorgaans de meeste aandacht in het onderwijs. Enerzijds is dit begrijpelijk, omdat kinderen zonder kennis, begrip of vaardigheden niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt en maatschappij. Anderzijds geeft Biesta aan dat het onderwijs zich breder moet richten dan uitsluitend op kwalificatie. Ruit en Visser (2012) en Visser en De Muynck (2019) beschrijven dat ze in de praktijk zien dat veel leraren die vooral bezig zijn met het onderwijzen van vaardigheden niet toekomen aan het onderwijzen van wat goed en gewetensvol gedrag inhoudt.
Onderwijs dat zich enkel richt op kennis en kunde, mist de volle breedte van vorming.
Socialisatie
Het tweede doeldomein, socialisatie, richt zich met name op het opvoeden van kinderen tot volwaardige leden van de samenleving (Biesta, 2020). Het leidt kinderen in in de tradities en praktijken die horen bij de samenleving (Eidhof et al., 2021). Hierbij kan gedacht worden aan het aanleren van waarden en normen, zoals verantwoordelijkheid, empathie, sociale vaardigheden, samenwerken en respect (zie bijvoorbeeld Salavera et al., 2017; Steedly et al., 2008; Walker et al., 1994). Het samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen door leerlingen tijdens een schoolproject is een voorbeeld van hoe het doeldomein socialisatie in de praktijk kan worden vormgegeven.
Socialisatie betekent: leren hoe je met anderen mens bent.
Subjectificatie
Het derde doeldomein, subjectificatie, gaat een slag dieper. Subjectificatie is erop gericht het individu zich te laten ontwikkelen in relatie tot kwalificatie en socialisatie, om zich te verhouden tot een volwassen bestaanswijze (Biesta, 2020; Eidhof et al., 2021). Kinderen moeten geholpen worden zichzelf te ontdekken en onafhankelijk te denken en te handelen, zodat zij een eigen perspectief op de wereld ontwikkelen. Het uiteindelijke doel is om hun potentieel te bereiken en te floreren als mens in de samenleving. Hoewel subjectificatie vaak als minder tastbaar wordt beschouwd dan kwalificatie en socialisatie, is het essentieel voor het ontwikkelen van kritisch en zelfstandig burgerschap. Een voorbeeld van subjectificatie is een leerling die op school leert zelfstandig na te denken over ethische vraagstukken. In plaats van pasklare antwoorden te ontvangen, wordt de leerling aangemoedigd om een eigen standpunt te formuleren, deze kritisch te overwegen en met anderen te bespreken. Dit proces helpt de leerling een uniek perspectief te ontwikkelen en zich bewust te worden van zijn of haar eigen waarden en overtuigingen.
Subjectificatie helpt kinderen een eigen perspectief op de wereld te ontwikkelen.
Onderwijs als spiegel van de samenleving
De drie doeldomeinen van het onderwijs laten zien dat onderwijs altijd ingrijpt in het leven van mensen: onderwijspraktijken zijn socialisatiepraktijken. Hoe deze socialisatie wordt ingevuld, hangt sterk af van de samenleving waarin het plaatsvindt. Afhankelijk van een samenleving kan socialisatie verschillend worden gezien en uitgewerkt. Daarmee is onderwijs een belangrijke factor in de ontwikkeling van kinderen als burgers van die samenleving.
Hoe we onderwijzen, weerspiegelt hoe we samenleving willen vormgeven.
Het is aan de samenleving om onderwijs in lijn te laten zijn met de samenleving die wordt nagestreefd. Biesta wijst er nadrukkelijk op dat dit niet hoeft te betekenen dat onderwijs ‘louter de dienstknecht is van de bestaande orde’ (Biesta, 2016). Het is aan de samenleving om door een voortdurend debat over doel en functie van het onderwijs te komen tot een steeds passende balans. Want het gaat in onderwijs niet alleen om het invoegen in en laten aanpassen aan de bestaande maatschappij van een nieuwe generatie. De focus moet ook gericht zijn op het individu, op de cultivering van de menselijkheid van iedere individuele mens (Biesta, 2016).
Onderwijs als voorbereiding op een veranderende wereld
Het onderwijs is bij uitstek de plaats waar kinderen kennismaken met de bestaande wereld waarin zij zich moeten voegen. Politiek filosofe Hannah Arendt spreekt in dat kader over ‘het in de wereld laten komen’ van kinderen en jongeren (Berding, 2016). Het streven voor onderwijs is gericht op het in de wereld brengen van nieuwe burgers die zijn toegerust met wat nodig is om de weg te weten in de wereld en te kunnen handelen in de wereld van morgen. Daarmee is er geen onderwijsmodel dat overal past. Ook moet in ogenschouw worden genomen dat bedoelingen van onderwijs en doelstellingen voor onderwijs door de tijd heen bijgesteld moeten kunnen worden. Daarmee is er niet alleen geen onderwijsmodel dat overal past, maar ook geen onderwijsmodel dat altijd past.
Wat van waarde is in onderwijs, verandert mee met tijd en context.
Zorgen over versmalling van het onderwijs
In veel, met name westerse landen, is in onderwijs de nadruk de afgelopen decennia met name gelegd op de kwalificerende functie van onderwijs. Daarmee is het onderwijs vooral gericht geraakt op dat wat als direct nuttig wordt beschouwd. De daarmee samenhangende wens om opbrengsten inzichtelijk en controleerbaar te maken, hebben geleid tot een grote nadruk op cognitieve vaardigheden van leerlingen en daarbinnen weer vooral op dat wat binnen de cognitieve vaardigheden meetbaar gemaakt kan worden, vooral met meerkeuzevragen. Hierdoor krijgen creatieve en sociale vaardigheden minder aandacht. In de literatuur (bijvoorbeeld Biesta, 2012, 2013, 2020) worden hier zorgen over geuit. Met name het derde doeldomein, subjectificatie, komt daarmee onder druk te staan terwijl het van belang is hier voldoende aandacht voor te hebben en te houden in het onderwijs. Biesta stelt dat subjectificatie de kern van het onderwijs is en kan zorgen dat socialisatie en kwalificatie goed worden toegepast. Het is daarom van belang om in het onderwijs te streven naar een goede balans in aandacht voor alle drie de domeinen. Er dient niet gestreefd te worden naar onderwijs waarbij subjectificatie het ‘toetje’ is voor als de rest op orde is.
Onderwijs dreigt te verschralen als het alleen draait om wat direct toetsbaar is.
Toetsing en brede doelen: een voortdurend debat
Elke samenleving moet voortdurend het debat voeren over de vraag of het huidige onderwijs aansluit bij de doelen die de samenleving voor ogen heeft. Specifiek voor toetsing geldt daarbij dat toetsing moet bijdragen aan het realiseren van de brede onderwijsdoelen, zoals een samenleving die nastreeft. De ervaring leert dat toetsing zijn uitwerking kan verliezen in de loop van de tijd, of juist de verkeerde uitwerking kan hebben, waardoor neveneffecten doelstellingen in de weg kunnen gaan zitten. Het is daarom essentieel om ruimte te behouden voor een kritisch debat, zodat toetsing kan worden aangepast en effectief blijft bijdragen aan de beoogde doelstellingen: als middel en niet als doel.
Zonder kritisch debat verliest toetsing haar richting en werking.
De beperkingen en valkuilen van toetsing
In deze artikelenreeks is het belangrijk steeds voor ogen te houden dat toetsen nooit volledig objectief kunnen zijn en nooit de volledige breedte van het onderwijsspectrum kunnen meten. Een reëel gevaar van toetsing is dat er te veel nadruk komt te liggen op dat wat eenvoudig gemeten kan worden. Daarmee kan teveel nadruk ontstaan op kwalificatie, omdat dit doeldomein het gemakkelijkst meetbaar en kwantificeerbaar te maken is. Bewustzijn van deze valkuil helpt om toetsing in het juiste perspectief te plaatsen.
Bewustzijn van de beperkingen van toetsing is nodig om evenwicht te bewaren.
Tot slot
Toetsing maakt onlosmakelijk deel uit van het onderwijs, maar vraagt voortdurend om een kritische houding. Wanneer toetsen uitsluitend worden ingezet om meetbare prestaties te beoordelen, dreigen de bredere doelen van onderwijs naar de achtergrond te verdwijnen. Dit artikel liet zien hoe kwalificatie, socialisatie en subjectificatie samen een evenwichtig onderwijskader vormen en hoe alertheid nodig is om te zorgen dat toetsing daarin helpend is en niet beperkend is voor de bedoeling van onderwijs in de volle breedte.
Toetsing hoort ondersteunend te zijn aan alle doelen van onderwijs, niet sturend ten koste van de breedte.
Om de toetspraktijk echt te begrijpen, is het nodig om breder te kijken: naar de structuur van het Nederlandse onderwijsstelsel. Hoe beïnvloedt die structuur de rol en inzet van toetsen? Wat is de impact van vroege selectie? En welke rol spelen toetsen bij het toewijzen van kansen? In het volgende artikel gaan we hier dieper op in.
Referenties
- Berding, J. (2016). Ik ben ook een mens. Uitgeverij Phronese.
- Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Boom/Lemma.
- Biesta, G. J. (2012). Giving teaching back to education: Responding to the disappearance of the teacher. Phenomenology & Practice, 6(2), 35-49.
- Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.
- Biesta, G. (2016). Het leren voorbij: Democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst. Phronese.
- Biesta, G. (2020). Risking ourselves in education: Qualification, socialization, and subjectification revisited. Educational Theory, 70(1), 89-104. https://doi.org/10.1111/edth.12411
- Biesta, G. (2022). Wereldgericht Onderwijs: Een visie voor vandaag. Phronese.
- Biesta, G., & Pols, W. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam: Boom Lemma.
- Eidhof, B., Janssens, M., & Ris, J. (2021). Wereldgericht onderwijzen: Biesta in de praktijk. Stichting NIVOZ.
- Hasslöf, H., & Malmberg, C. (2015). Critical thinking as room for subjectification in Education for Sustainable Development. Environmental Education Research, 21(2), 239-255. https://doi.org/10.1080/13504622.2014.940854
- Lomsdal, S. A., Lyngstad, I. K., & Lagestad, P. A. (2022). Qualification, socialization, and subjectification: a discussion of the purpose of daily physically active learning through the lens of secondary school teachers. Sport, Education and Society, 1-15. https://doi.org/10.1080/13573322.2022.2087620
- Ruit, P. & Visser, L.B. (2012). De betekenis van de positieve psychologie voor het onderwijs. Cascade.
- Salavera, C., Usan, P., & Jarie, L. (2017). Emotional intelligence and social skills on self-efficacy in secondary education students. Are there gender differences? Journal of adolescence, 60, 39-46. https://doi.org/10.1016/j.adolescence.2017.07.009
- Steedly, K. M., Schwartz, A., Levin, M., & Luke, S. D. (2008). Social skills and academic achievement. Evidence for education. National Dissemination Center for Children with Disabilities, 3(2), 1-7.
- Visser-Vogel, E. & De Muynck, B. (2019). Hier ben ik. Een christelijk perspectief op persoonsvorming in het onderwijs. De Banier.
- Walker, H. M., Schwarz, I. E., Nippold, M. A., Irvin, L. K., & Noell, J. W. (1994). Social skills in school-age children and youth: Issues and best practices in assessment and intervention. Topics in Language Disorders, 14(3), 70-82.
