Voortdurende verbetering van het onderwijs, een permanente opdracht!
Jan Brandsma
orthopedagoog bij
Geraadpleegd op 15-08-2026,
van https://wij-leren.nl/verbetering-onderwijs-permanente-opdracht.php/

Vanaf de start van de leerplicht (1901) gingen tienduizenden leerplichtige kinderen niet naar school. De situatie is nu niet anders. Onderwijs aan leerlingen met een beperking vereist deskundige leerkrachten, zo was de overtuiging begin vorige eeuw. Vanuit die overtuiging groeide het speciaal onderwijs en ontstond een aparte beroepsopleiding. Inspectierapporten wijzen uit dat de vereiste vakbekwaamheid niet verankerd is in het onderwijs. Ingrijpen door de Staat lijkt nu onafwendbaar, want Passend Onderwijs dreigt op een fiasco uit te lopen.
In 2026 kunnen we terugkijken op 125 jaar directe overheidsverantwoordelijkheid voor het onderwijs, want in 1901 werd de Leerplichtwet ingevoerd. Deze wet dwong ouders om hun kinderen gedurende zes jaar naar school te laten gaan. Leerlingen met een beperking waren trouwens uitgezonderd van deze leerplicht, want deze verplichting zou de overheid te veel geld gaan kosten. Nu geldt de Wet Passend Onderwijs en spreken we over inclusief onderwijs. Vanaf 2034 moeten alle kinderen in hun buurt naar school kunnen. Dat is dan een enorme verbetering die in het onderwijs is gerealiseerd. Is dat echter mogelijk?
"125 jaar na de invoering van de Leerplichtwet staat de overheid opnieuw voor een grote onderwijsopgave."
De gevolgen van de invoering van de Leerplichtwet waren destijds ingrijpend, want alle kinderen, tenzij ze een verklaring van een geneeskundige hadden, moesten naar school. Dat gaf forse capaciteitsproblemen. Het schoolverzuim bleef hoog, ondanks de wettelijke leerplicht. Het aantal kinderen dat, door wat voor omstandigheden dan ook, volstrekt geen lager onderwijs genoot liep door dit alles in de tienduizenden. Dit aantal nam in de periode 1901-1920 niet af. Ieder jaar gingen ongeveer 40.000 kinderen, evenveel jongens als meisjes, helemaal niet naar school. Het absolute schoolverzuim schommelde rond de 5% van het totale aantal kinderen boven de zeven en beneden de dertien jaar. De Staat had het schoolgaan destijds wel extra aantrekkelijk gemaakt door de mogelijkheid voedsel te verstrekken aan schoolgaande kinderen. Nu, in 2026, is de situatie niet veel anders. Via het Programma Schoolmaaltijden wordt ondersteuning geboden door maaltijden op school te organiseren. Honderden scholen maken daar nu gebruik van. Dat had en heeft de Staat dus goed gezien: leren gaat beter met een gevulde maag.
"De geschiedenis laat zien dat onderwijsbeleid pas werkt wanneer ook aan de randvoorwaarden wordt voldaan."
Activistische leerkrachten trokken zich begin vorige eeuw het lot aan van kinderen die in het klassikale onderwijs niet mee konden komen en richtten in 1903 een vereniging op met als primaire doelstelling de voortdurende verbetering van het onderwijs. De leerstof moest eenvoudig zijn en in verbinding staan met het persoonlijk leven van de leerling. Het onderwijs moest buitengewoon worden, aangepast aan de leerling. Duidelijk herkenbaar is hier de invloed van de bekende Nederlandse pedagoog Jan Ligthart, bevriend met de pioniers van het buitengewoon onderwijs in Nederland. Leerkrachten van zijn school, zoals A.J. Schreuder, H. J. Jacobs en M.A. van Praagh, behoorden in Nederland tot de voortrekkers van het speciale onderwijs.
Een netwerk van scholen bestemd voor leerlingen met een beperking rolde zich vervolgens uit over Nederland. Dat verdere scholing van de leerkrachten nodig was, werd al vroeg ingezien en daarom werden er congressen georganiseerd en vond internationale oriëntatie plaats, want Nederland liep fors achter wat betreft het onderwijs aan leerlingen met een beperking. Aan de leerkrachten werden hoge eisen gesteld. Alles hing af van de vakkennis, de persoonlijkheid en het pedagogisch talent van de onderwijzer, zo was de overtuiging. Dat aanvullende scholing van de leerkracht onontbeerlijk was, werd dus al vroeg een belangrijk thema in het onderwijs. Wat betreft de huidige vakbekwaamheid is, als we afgaan op de inspectierapporten, de situatie nu echter zorgwekkend. Slechts 10% van de interventies in het kader van Passend Onderwijs heeft een wetenschappelijke grondslag. Daarbij voelen leerkrachten zich door toenemende regelgeving vaak overbelast. De onderwijsinspectie constateerde ook dat in veel gevallen niet was vast te stellen of de extra begeleiding en ondersteuning in het basisonderwijs geleid hadden tot de verwachte ontwikkeling van leerlingen.
"Waar scholing ooit een speerpunt was, roept de huidige praktijk opnieuw vragen op over de kwaliteit van ondersteuning."
In het rapport van de oudervereniging Balans Thuiszitters tellen, een ander licht op passend onderwijs, wordt de schatting gedaan dat er tenminste 70.000 thuiszitters zijn, kinderen die al langer dan drie maanden geen onderwijs hebben. Ook krijgen bijna 300.000 kinderen geen volwaardig onderwijs, onderwijs dat niet bij hen past. De cijfers over thuiszitters en het aantal leerlingen dat geen volwaardig onderwijs krijgt doen denken aan de situatie in het onderwijs aan het begin van de vorige eeuw.
Steeds meer leerlingen haken af in ons onderwijsbestel. De noodzaak van verdere scholing van de leerkracht werd vroeg ingezien, maar is ook nu nog steeds vrijblijvend. De Nederlandse leerkracht en pedagoog W.A. van Liefland (1892-1962) benoemde het ontbreken van de verplichting ‘waanzinnig en misdadig’. Voor alles in Nederland moet je examen doen maar voor onderwijs aan kinderen met een beperking ‘daalt de bekwaamheid blijkbaar op je neer bij besluit van schoolbestuur.’ Er worden geen extra eisen gesteld aan de leerkrachten terwijl wel verwacht wordt dat ze bekwaam zijn om aan een gedifferentieerde groep leerlingen onderwijs te geven.
"Voor honderdduizenden leerlingen blijft passend onderwijs vooralsnog een onbereikte belofte."
Ook de recente (2024) inventarisatie van de curricula voltijdsroutes naar leraarschap primair onderwijs geeft weinig perspectief op inclusief onderwijs. In de curricula van de Pabo’s wordt wel het signaleren van leerproblemen vermeld, maar in de rapporten van de inspectie wordt gesteld dat de Pabo’s autonoom zijn wat betreft de invulling. Onderzoek stelt vast dat Pabo’s sterk verschillen van elkaar in wat belangrijk gevonden wordt en eisen die gesteld worden. In de leerdoelen komt passend onderwijs, inclusie of speciaal onderwijs niet voor.
Voortdurende scholing van het prachtige beroep van leerkracht is essentieel om Inclusie te realiseren. Een bekwaamheidsregister, zoals in de zorg een BIG-registratie geldt, is voor het onderwijs ook noodzakelijk. Onafhankelijke, transparante en verplichte scholing die in een vakbekwaamheidsregister is vastgelegd. Leraren, ouders en besturen kunnen er dan op vertrouwen dat de basis, de vakbekwaamheid, in orde is. De wettelijke verantwoordelijkheid van de staat is momenteel gericht op het waarborgen van een inclusief onderwijssysteem. Dat schept een indringende en grote verantwoordelijkheid voor de overheid. Nu is de Wet Passend Onderwijs de spil en werd met ingang van 1 augustus 2014 de zorgplicht van alle scholen van kracht. Het onderwijs kan thans ook profiteren van de sterk gegroeide wetenschappelijke kennis over de achtergrond van een leerachterstand en/of gedragsprobleem. Prachtig materiaal is voorhanden om in overleg met schoolbegeleiders en ouders een realiseerbaar plan op te zetten voor een leerling die extra ondersteuning nodig heeft.
De cijfers weerspiegelen een enorme vraag naar vakbekwame leerkrachten. En het kan. Ik heb het vorig jaar gezien bij twee scholen in Elst, de openbare basisschool De Esdoorn en de school voor speciaal onderwijs Lichtenbeek, waar enthousiast en betrokken teams nauw samenwerkten en van elkaar leerden omdat ‘samenspelen en opgroeien, leidt tot begrip, begrip leidt tot acceptatie, acceptatie leidt tot inclusiviteit’. Een visie die in Elst realiteit is geworden. En ik zag het ook bij een individuele onderwijzeres uit Zwolle die zich niet neerlegde bij het feit dat van een grote groep kinderen gedacht werd dat zij niet konden leren lezen. Zij ontwikkelde na schooltijd eigen lesmateriaal aangepast aan de leerlingen. Haar inspanningen op pedagogisch en didactisch niveau leidden tot Pictolezen, een aanpak waar nu tientallen scholen actief mee werken en wat zich inmiddels tot over de landsgrenzen heeft uitgebreid. Het is een levend netwerk waar scholingsdagen en materiaaluitwisseling deel van uitmaken, want ieder kind hoort erbij. Het kan dus wel, de weg naar inclusief onderwijs hoeft geen fiasco te worden. De voortdurende verbetering van het onderwijs is een permanente opdracht.
"De ambitie van inclusie vraagt om een stevige basis van vakbekwaamheid en voortdurende scholing."
Referenties:
- Balans (2024). Thuiszitters tellen 2024, een ander licht op passend onderwijs. Bunnik: Balans.
- Brandsma, J.G. (2022). Strijdmakkers. Ontstaan, groei en professionalisering van het Buitengewoon Onderwijs in Nederland, ca. 1895-1950. Rijksuniversiteit Groningen.
- Brandsma, J. (2026). Fiasco voorkomen. Didactief 56, 20.
- Bijlsma, H.J.E. en Bosman, A.M.T. (2025). Inventarisatie curricula voltijdsroutes naar leraarschap primair onderwijs. Radboud Universiteit en Inspectie van het Onderwijs.
- Inspectie van het Onderwijs (2025). De Staat van het Onderwijs 2025. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
- Liefland, W.A. van (1958). Van Voortgezette vakstudie tot opleiding, Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs en Orthopedagogiek 38, 141-151.
- Rapport der Commissie aangewezen door bestuur van de Vereeniging Volksonderwijs te ’s-Gravenhage (1901). ’s-Gravenhage: Vereeniging voor Volksonderwijs te ’s-Gravenhage.
- Schreuder, A.J. (1905). Achterlijke kinderen. In C.F.A. Zernike, Paedagogisch Woordenboek, 35-86. Groningen: J.B. Wolters.
- Voorthuijsen, A. van (1927). De speciale opleiding. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 8, 125-128.
Websites:
- https://www.hjjacobsfonds.nl
- https://100jaarorthopedagogiek.nl
- https://schoolmaaltijden.nl
- https://www.pictoschrijver.nl
- http://www.lichtenbeek.nl
