Metacognitie is het 'leren over leren'. Het verwijst naar het vermogen van leerlingen om hun eigen denk- en leerprocessen te plannen, te monitoren, te reguleren en te evalueren. Het gaat dus om vragen als: Wat ga ik doen? Waarom doe ik dit zo? Werkt deze aanpak? Wat kan ik volgende keer anders doen? Metacognitie helpt leerlingen om gerichter, doelbewuster en zelfstandiger te leren.
Metacognitieve strategieën zijn de concrete handvatten waarmee leerlingen inzicht krijgen in hun leerproces en het leren actief bijsturen. Met deze strategieën leren zij:
Plannen: een aanpak kiezen en bedenken welke stappen nodig zijn.
Monitoren: tijdens het werken nagaan of de gekozen aanpak helpt.
Reguleren: het leerproces aanpassen wanneer iets niet lukt of efficiënter kan.
- Evalueren: achteraf terugblikken op wat werkte, wat niet werkte en waarom.
Clarke (2016) beschrijft een aantal gedragingen die metacognitieve processen zichtbaar maken. Denk aan:
Concentreren en aandacht richten
Volhouden en niet te snel opgeven
Nieuwsgierig zijn en vragen stellen
Proberen en experimenteren
Fantasie gebruiken om oplossingen te bedenken
Samenwerken en hardop denkstrategieën delen
Steeds willen verbeteren
Plezier hebben in leren
Deze gedragingen zijn geen losse vaardigheden, maar uitingen van een gedachteproces waarin leerlingen bewust grip krijgen op hun eigen leren.
Metacognitie behoort tot de meest effectieve strategieën in onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat bij complexe taken vooral de metacognitieve vaardigheden (en niet het intellectuele vermogen) bepalend zijn voor het uiteindelijke leerresultaat (Hattie, 2009). Leerlingen die weten hoe ze leren, presteren niet alleen beter, maar ontwikkelen ook meer zelfvertrouwen en eigenaarschap over hun leerproces.
Laatst geactualiseerd op 21 november 2025
